Wat als je Mohammed beledigt ?

Beledigingen…

De eerste beledigingen aan het adres van Mohammed… vind je in de koran zelf. Zijn tegenstanders, m.n. de kooplui en bestuurders van Mekka, noemden hem o.a. een leugenaar en een charlatan (38:6), een zot (68:51). Waarom is dit relevant? Vanwege de reactie van de profeet. In Mekka worden de beledigingen door Mohammed niet gepareerd met bommen en granaten, maar volgens de gebruikelijke methode van toen. Enerzijds rope je terug: ‘Wat je zegt, ben je zelf, en nog erger…’, èn anderzijds (m.n. in de latere overlevering) wordt een beeld geschetst van een Mohammed die hier ver boven staat en – net als Jezus – zegt: vergeef het hun, ze weten niet beter…

Nu terzake: Vandaag de dag kun je Mohammed zelf niet meer beledigen want hij is dood († 8 juni 632). 

Als we het dus hebben over een belediging van de Profeet, dan bedoelen we dat volgelingen van Mohammed zich beledigd voelen als iemand anders – meestal (maar niet altijd) geen moslim – zich negatief over Mohammed uitlaat. Dit gebeurt en zal ook blijven gebeuren, want freedom of opinion and expression is in de westerse wereld een hoog goed, verankerd in de grondwet (en bij uitbreiding in de diverse verklaringen van de rechten van de mens) .

Hoe gaan volgelingen van Mohammed om met negatieve uitspraken over hun voorbeeld, leider, inspirator, profeet ?
Welnu, dat verschilt nogal, want reacties op beledigingen hangen samen met de cultuur waarin men leeft. Die bepaalt voor een groot stuk hoe men met emoties omgaat.

In een collectieve eer-cultuur zal dat anders zijn dan in permissieve individualistische cultuur. Als men wil veralgemeniseren (waarom wil men dat eigenlijk?) moet men op zoek naar voorschriften uit de ‘gezaghebbende teksten’ of heilige boeken. Voor de islam  betekent dat naast de koran vooral de hadith (= verzamelingen van overleveringen m.b.t. de profeet en zijn vrienden). [lees hier meer over dit onderwerp]. Daar staat inderdaad heel veel in over de omgang met ongelovigen en afvalligen. Probleem: De omvang, status en betrouwbaarheid van al die overleveringen is een twistappel onder moslims zelf. Dat komt omdat in de hadith wel handelingen en uitspraken van Mohammed en zijn vrienden worden overgeleverd, maar die zijn meer dan een eeuw (en vaak nog veel later!) na zijn dood vastgelegd, Ze worden via een ketting van personen (isnad) teruggeleid tot een tijdgenoot van Mohammed. Echter: niet alleen geleerden, maar ook de moslims zelf, zijn van mening dat hier veel kaf onder het koren is en in elk geval een behoorlijk aantal moet bestempeld worden als onwaar (men onderscheidt drie graden van betrouwbaarheid).

Meer hierover vindt u in de post over ‘In de godsdienst is geen dwang’