Mohammed in Mekka en Medina

 Mekka en Medina

Binnen de koran winnen de teksten aan duidelijkheid door ze in hun historische context te plaatsen, iets wat de koran zelf – zij het heel summier – ook doet, met name in de opschriften boven de soera’s (die horen niet tot de koran zelf, want zijn erboven gezet door latere uitleggers). Als je met die historische context rekening houdt, dan krijgt het verhaal van Mohammed veel meer reliëf. Er blijkt een groot verschil te zijn tussen de profeet Mohammed in Mekka (tot zijn vlucht naar Medina in 622) en de succesvolle hervormer Mohammed die vanuit Medina uitgroeit tot politiek leider van formaat en Mekka onder zijn bewind weet te brengen. Lezen we de tekst in deze context, dan wordt duidelijk dat Mohammed een man was, van vlees en bloed, wiens leven ingebed is in de tribale samenleving van de zevende eeuw. Zijn familie leefde, woonde en werkte rond de woestijnstad Mekka. Mohammed had een roeping om Allah’s boodschapper, rasul, te zijn en wilde dat ook vormgeven, en dat met een grote determinatie, maar niet zonder twijfel over hoe dat nu precies moest. Hij paste zijn strategie aan aan de situatie. Eerst meende hij via de weg van getuigenis (reciteren van wat de engel hem had gezegd, straatprediking) de mensen van Mekka te overtuigen, maar dat lukte niet. Integendeel: hij werd weggehoond, maar liet zich niet doen. Hij verdedigde zich en ging in de aanval, met het woord, en met protestacties (bijv. de profetische provocatie van zijn volgelingen die koranverzen in de heilige Kaäba gingen reciteren). Actie-reactie en escalatie. Hij moest vluchten uit Mekka.

Mohammed stelt zijn strategie bij. In Medina zoekt hij de steun van Joden en christenen, stelt echter al snel vast dat zij voor hem geen echte partners willen/kunnen zijn (zij erkennen hem niet als profeet, en al zeker zijn openbaring niet als de overtreffende trap van hun openbaringsboeken). Wie niet met hem is, is tegen hem; wie niet horen wil, moet voelen. Ze worden verjaagd of onderworpen (en in één Joods geval: uitgemoord). Vervolgens slaagt hij erin om samen met zijn volgelingen een zodanige sterke machtspositie uit te bouwen dat hij de strijd met Mekka durft aan te gaan, ook met het zwaard. Zijn volgelingen zien het niet altijd zitten (vandaar misschien al die nadrukkelijke oproepen om te vechten in de koran, inclusief de wijze van vechten en de beloning: militaire peptalk). Mohammed wint en bereikt zijn doel: Mekka valt voor hem en hij mag de stadszeden en religie hervormen. De kaäba vormt hij om van een pantheon tot het gebedshuis van de Ene. Dit alles tesamen genomen en tegen z’n historische achtergrond gezet, levert een tamelijk consistent beeld van een mens, die zich gedurende de 20 jaar dat zich dit alles afspeelt heeft ontwikkeld van een wereldvreemde visionaire dromer tot een vaardige politieke en godsdienstige leider. De openbaringen die hij ontvangt, ontwikkelen zich navenant en ondersteunen hem consequent in zijn missie, en ook in de ordening van zijn persoonlijk leven.