Geweld en religie: praktisch

De koran en hadith zetten op zich niet aan tot gewelddadigheid, netzomin als het lezen van Deuteronomium, Jozua, I Samuel, Ezra of Nehemia. De ‘heilige boeken’ zijn in dezen enkel een bron van geweld als ze geactiveerd worden door en voor wie bezig is naar een legitimatie te zoeken voor het geweld dat reeds in hem/haar leeft.  

De teksten zijn schaamlapjes.
Zo verwezen de Spaanse conquistadores naar het boek Jozua om hun veroveringstocht en onderwerping van Azteeks Mexico goed te praten. 1 Tegelijk beriep een dominicaan als Bartolomeo de las Casas of een franciscaan als Pedro de Gande zich op andere bijbelteksten om de inheemse Indianen te verdedigen en beschermen.2

Iedereen leest in de ‘heilige boeken’ wat hij erin lezen wil en haalt eruit wat hij bruikbaar vindt (mijn ‘hermeneutische visie: religie is een ‘menselijk construct’) . Ongetwijfeld zijn sommige ‘heilige boeken’ bruikbaarder (of gevaarlijker) dan andere. Het is en blijft echter aan de gelovige om uit te maken wat hij waar wil zoeken, want de kern is: iedereen gelooft wat hij zelf wil geloven (of wat hem geleerd is te geloven). Daaraan voeg ik toe: ‘aan de vruchten kent men de boom’. De realiteit van de ontmoeting met concrete gelovigen, hoe zij zich gedragen, is ook relevant.

Toegepast op de islam en op moslims: zij mogen de koran lezen zoals zij willen. Dat is hun vrijheid. En zolang ze de oproepen tot geweld tegen de ‘outgroup’ die daarin vervat zijn niet in praktijk omzetten (om welke reden dan ook), d.w.z. ook zelf gaan oproepen/overgaan tot geweld, is er voor mij geen groot probleem. Dan gedragen ze zich ‘vrij ten opzichte van de tekst’ en passen ze bewust of onbewust een vorm van heremeneutiek toe. Christenen doen dat ook constant. Als ze wel oproepen tot geweld, dan geldt het publiek recht, c.q. strafrecht.

Wat mij echter stoort in dezen, is dat er allerlei ‘moderne’ moslims zijn die uitlegkundige kunstgrepen uithalen om het geweld in de koran te neutraliseren of weg te redeneren. Dat is namelijk gewoon niet correct.

Als je de koran ‘contextueel’ leest, d.w.z. in zijn tijd, dan weet je dat het optreden van Mohammed in Medina (vanaf Badr en eigenlijk al vanaf Nakhla) doortrokken was van geweld. Uitleggers die iets anders beweren, kunnen niet lezen. Zij maken zichzelf iets wijs. En dan heb ik het nog niet over de wijze waarop dit geweld in de de hadith (traditionele uitlegging, incl. de levensbeschrijving van Mohammed en zijn gezellen) nog eens stevig in de verf wordt gezet èn verheerlijkt. Mohammed is – naast profeet – ook een krijgsheld, victorious in battle. Dat kun je van Jezus niet zeggen, van zijn volgelingen (kerkleiders) wel. Maar die kun je dan ook met het evangelie in de hand bekritiseren.

Eén van de manieren om de ‘vreedzame islam’ te redden is het pleiten van verzachtende omstandigheden: Mohammed zou enkel gewelddadig zijn geweest (geworden) òmdat hij aangevallen werd. Het was zelfverdediging. Wie dat zegt, heeft blijkbaar ook nog nooit de moeite genomen om de bronnen te bestuderen. Dit is gewoon niet waar. Een voor alle moslims gezaghebbende overlevering (hadith) weerlegt dit zelfs expliciet: in Nakhla gebeurde de aanval op een vreedzame karavaan op een verraderlijke wijze tijdens een heilige maand Rajab (de maand dat er ‘godsvrede heerste’). En dit gebeurde niet ondanks Mohammed (zoals je soms leest), maar op zijn expliciete bevel. Vervolgens: In Badr was niet Quraysh de aanvaller, maar was het Mohammed die de karavaan van Abu Sufyan wilde plunderen. Quraysh zond een expeditie ter verdediging, die verslagen werd. Vanaf dat moment is het hek van de dam. (Een uitgebreide beschrijving met bronnen, kunt u vinden in het boek van Eddy Daniëls: de zaak M)

Deze rationalisatie is uitgegroeid tot een ware mythe. De ‘Umma’ heeft nooit een volk aangevallen, maar zich enkel verdedigd tegen aanvallen van buitenaf. Een mythe, waarom? Om dit te kunnen zeggen heeft Mohammed (of zijn volgers) het begrip ‘aangevallen worden‘ enorm verruimt. Het verhaal is bekend: Mohammed schrijft een brief aan alle vorsten van de omringende gebieden en maakt hen erop attent dat hij de profeet van Allah is, en dat zij hem dus belasting moeten betalen. Uiteraard wekte dit slechts hilariteit op. Enkel uit Egypte kwam een gezantschap dat hem een blonde slavin overhandigde als ‘belasting’: de christelijke Marya. De weigering om vrijwillig te betalen, beschouwde Mohammed vervolgens als een ‘daad van agressie’, op grond waarvan hij ‘gahzwah’ (plundering) van de christelijke gebieden beval.

Dit gezegd zijnde, herhaal ik: Ik beoordeel moslims dus maar niet op de koran en hoe zij die (al dan niet met hadiths samen) lezen, maar op hun sociale praktijk en hun houding ten opzichte van de samenleving waarin zij leven. Aan de vruchten kent men de boom. 

Qua kansen voor moslims is de Europese samenleving vast niet top, maar wel beter dan bijna alle landen van origine. Marokkanen die over uitsluiting spreken, gaan beter eerst eens in het geliefde Marokko kijken. Daar kun je pas echt uitsluitingsmechanismen in actie zien, of in Saoedi-Arabië. Zeker, blank racisme bestaat, en Leopold II moet aangeklaagd worden, maar ook hier is het zaak de hele waarheid te verkondigen en niet zedig te zwijgen over Arabische slavendrijvers die opereerden vanuit Zanzibar. Ieder kere eerst voor eigen deur.

Bovendien is het zo dat zeker Marokkaanse jongeren veel uitsluiting aan zichzelf (als groep) te wijten hebben: door het onaangepast gedrag van behoorlijk wat Marokkanen (vooral de jochies, maar ook ouderen) hebben zij zeer veel wrevel opgewekt bij autochtonen. En wel met name omdat zij daarbij vaak geen enkele poging doen zich ‘in de positie van de ander te verplaatsen’. Die wrevel vertaalt zich dan in uitsluiting in de huizenmarkt of op de jobmarkt. Door hun agressief gedrag in de scholen hebben vele jongens (en helaas meer en meer ook meisjes) de afkeer opgewekt van goed bedoelende leraars. Als je er wat van zegt, dan voelen zij zich in hun etnocentisch gedrag bevestigd, en gediscrimineerd. NB: het nieuwste Marokkaans scheldwoord, populair op scholen voor Afrikaanse leerlingen is ‘slaven’.

Mijn voorstel: Eis van elke inwoner (zeker van elke nieuwkomer) een principiële loyauteitsverklaring aan het land waar ze willen wonen, en laat hen een verzoek sturen aan het land van herkomst om in vriendschap bevrijd te worden van de nationaliteit van hun ouders. Een goede cursus Europese basisrechten en omgangsvormen zou ook niet slecht zijn.

  1. De bezetting van Kanaän, de ‘Landnahme’ en de onderwerping van de Kanaänieten door de stammen van Israël, een on-historische constructie. De realiteit was anders en is nog te lezen in Richteren 1 
  2. Bijv. Leviticus 18 – verbod op seks met vrouwen die niet van uw eigen volk zijn