Maryam, Mirjam en Maria

In soera 3 ontdekken we dat Mirjam, de zus van Mozes, geacht wordt dezelfde persoon te zijn als Maria, de moeder van Jezus uit het Nieuwe Testament. Een kloof van meer dan 1.000 jaar scheidt echter beide ‘Mirjams’ (Maria = grieks/latijnse vorm van de Hebreeuwse meisjesnaam: Mirjam). Ook Zacharia (de ‘oom’ van Maria uit het Evangelie) komt in het verhaal voor. In soera 19 wordt het verhaal van de moeder van Jezus, Marjam, verteld en is Aäron (= de broer van Mozes en Mirjam) eveneens aanwezig. Alles samen een indicatie dat voor Allah historiciteit en chronologie van geen enkel belang is.

Voor de niet-ingewijden: Wie zijn Mozes, Mirjam en Maria eigenlijk?

Mozes, Mirjam en Aäron zijn broer-en-zus en spelen een hoofdrol in het Exodusverhaal (uittocht uit Egypte) dat in de Joodse bijbel wordt verteld. Het verhaal speelt zich af in Egypte in de tijd van de farao’s (Het suggereert een periode ca. 1.400-1.200 voor het begin van onze jaartelling. Over de historiciteit wordt getwist). De hoofdpersonen zijn al iconisch als de geschiedenis van Israel (koningentijd: ca. 1.000) begint. Ze worden verzameld en geboekstaafd in het bijbelboek Exodus, dat ca. 600-500 v. Chr. is gecompileerd uit mondelinge en schriftelijke overleveringen.

Maria, de moeder van Jezus, (nu zijn we dus ca. het jaar ‘1’) is genoemd naar die ‘oer-moeder’ uit haar heilige boek, Myriam. Ze is gehuwd met Jozef en verwant met Zacharia en Elisabeth. Zij leefden allen rond het begin van onze jaartelling. Zacharia en Elisabeth zijn de ouders van Johannes de Doper (Jochanan in het Hebreeuws. John/Jean Baptist bij ons. In de koran: Yahya ibn Zakariya). Maria is de moeder van Jezus (en nog een aantal andere kinderen volgens de canonieke evangeliën). Het vaderschap van Jezus is historisch onbekend, maar wordt door christenen toegeschreven aan een ‘spirituele inseminatie’ (symbolisch: de heilige Geest als duif – Dit wordt in soera 66,12 ook met zoveel woorden gezegd: “En in Maryam, die haar eerbaarheid bewaarde, bliezen Wij iets van Onze geest in en zij geloofde de woorden van haar Heer en Zijn boeken; zij behoorde tot de onderdanigen”). Mohammed heeft veel opgepikt van zijn gesprekken met Joden en christenen, maar geregeld heeft hij wel de klok horen luiden maar wist hij niet waar de klepel hing.

Soera’s over Maryam

Soera 3:
33 God heeft Adam, Noeh, de mensen van Ibrahim en de mensen van Imraan (Amran = vader van Mozes, Aäron, en Mirjam) uitverkoren boven de wereldbewoners 34 als afstammelingen van elkaar. God is horend en wetend 35 Toen de vrouw van Imraan zei: ‘Mijn Heer ik wijd bij gelofte aan U wat in mijn buik is; neem het van mij aan. U bent de horende, de wetende’ 36 Toen zij haar gebaard had, zei zij; ‘Mijn Heer, ik heb een meisje gebaard.’ (God wist het best wat zij gebaard had; het mannelijke is niet als het vrouwelijke) ‘Ik heb haar Maryam genoemd en ik bid U haar en haar nageslacht te beschermen tegen de vervloekte Satan’. 37 Toen aanvaardde haar Heer haar vriendelijk en zorgde ervoor dat zij goed opgroeide en Hij vertrouwde de zorg voor haar aan Zakariya toe.

Soera 19
22 Zo werd zij [Maryam] zwanger van hem (= Isa, Jezus)  en trok zich met hem terug naar een afgelegen plaats… 27 Toen kwam zij met hem (Isa) bij haar mensen terwijl zij hem droeg. Zij zeiden: ‘O Maryam, jij hebt echt iets ongehoords begaan. 28 Zuster van Haroen [Aäron] , jouw vader was geen slechte man en jouw moeder was geen onkuise vrouw!’ 29 Maar zij wees naar hem. Zij zeiden: ‘Hoe kunnen wij spreken met iemand die nog een kind in de wieg is?’ 30 Hij (Isa) zei: ‘Ik ben Gods dienaar; Hij heeft mij het boek gegeven en mij tot profeet gemaakt. 31 en Hij heeft mij gezegend gemaakt waar ik ook ben en Hij heeft mij de salat en de zakat opgelegd zolang ik leef … 33 En vrede zij met mij op de dag dat ik geboren werd, op de dag dat ik sterf en op de dag dat ik weer tot leven word gewekt’.

P.S.: Een opvallend element in soera 19,29 is ook nog dat het kindje Jezus zijn moeder in bescherming neemt, sprekend vanuit de wieg, een motief dat niet in enig bijbels evangelie voorkomt, maar wel in een apocriefe (latere) evangelieverhalen. Elders treffen we ook nog de legende aan dat Jezus als kind ooit vogels van klei heeft gemaakt en laten wegvliegen. Maar dit geheel terzijde.