Evangelie van Barnabas

Het evangelie van Barnabas is geen vroeg-christelijk Evangelie zoals de titel suggereert, maar gaat terug op een tekst die waarschijnlijk ergens in de 14de eeuw geschreven is. Dit is de wetenschappelijke consensus, NB, niet onder christelijke geleerden zoals moslims soms suggeren, maar onder tekst- en taalwetenschappers tout court die zich zonder iets te willen bewijzen op het terrein van religie, over deze interessante tekst hebben gebogen. De standaard-info die in islamitische kringen over dit evangelie circuleert, heb ik op een aparte pagina gekopieerd en besproken (link).

Even terzijde: Barnabas is in het Nieuwe Testament niet één van de twaalf discipelen/apostelen, maar één van de leidende figuren in de christelijke gemeenschap van Antiochië. Hij trekt met Paulus op (Handelingen 4:36, en diverse brieven). In het Evangelie van Barnabas wordt hij door Jezus expres aangesteld tot één van de twaalf (ten koste van Thomas, die eruit gezet wordt) met als missie: bestrijding van (latere) christelijke dogma’s die Paulus zou hebben geïntroduceerd (Jezus als Zoon van God, verwerping van de besnijdenis, en de opheffing van de ‘kashroet’ verplichting). De islamitische inleidingen nemen deze ‘Sitz im Leben’ als historisch correct over.

De belangrijkste tekstgetuige is een manuscript uit de 16de eeuw (in het Italiaans, met arabische marginalia, momenteel in de Österreichische Nationalbibliothek, Cod. 2662). Ook heeft een Spaanse versie gecirculeerd (uit ong. dezelfde tijd). Die is lang enkel van horen-zeggen bekend geweest, tot in 1976 in Sydney (Fisher Library, MS Nich. 4) een gedeeltelijke kopie werd gevonden. Van Griekse, Latijnse, of Aramese/Syrische versies is er geen spoor, ook niet in secundaire literatuur (d.w.z. geen enkel citaat of verwijzing noch in de westerse, noch in de arabische cultuur).

Eerste pagina van het Evangelie, Italiaans, met arabische randglossen. Österreichische Nationalbibliothek, Cod. 2662. Het werk is jammer genoeg (nog) niet gedigitaliseerd.

Een zeer fraaie en instructieve website is aan deze tekst (zowel de lotgevallen als de inhoud) gewijd. Echter: u moet dan wel Duits kunnen: www.barnabas-evangelium.de. Hier bijv. de link met de beschrijving en analyse van het Italiaanse manuscript. De auteur van die site – die echt alles heeft onderzocht – is van mening dat veruit het grootste deel van de tekst uit de 14de eeuw stamt, inderdaad uit Italië (argumentatie: zie hieronder), maar dat er een heel kleine mogelijkheid is, dat bepaalde ideeën afkomstig zouden kunnen zijn uit een verloren gegaan apocrief Joods-christelijk geschrift, wellicht op naam van Barnabas. Deze titel komt voor in een lijst met apocriefe boeken (deel V van het Decretum Gelasianum). Dit blijft echter een ‘argumentum e nihilo’ en mag dus nooit als basis dienen voor andere hypotheses (anders krijg je circular reasoning).

In het Barnabas-evangelie valt vooral de eigenaardige voorstelling van Jezus als ‘Elia redivivus’ op (d.w.z. Jezus in de rol van Elia, die de komst van de ‘Messias’ aankondigt), een rol die in de canonieke evangeliën wordt vervuld door Johannes de Doper. Jezus zegt van van zichzelf nadrukkelijk dat hij niet ‘de Messias’ is, maar dat dit nog komen moet (d.w.z. Mohammed) Dit motief is duidelijk niet islamitisch. Zie onder. Dit blijft echter speculatie want dat boekje op die lijst uit de 6de eeuw is verder onbekend, als het al bestaan heeft.1. Hoe dit ook zij, het verandert niets aan de totaal-analyse.

Het Evangelie van Barnabas wordt voor het eerst genoemd in een brief uit 1634, die geschreven is door een in Tunesië woonachtige Morisco Juan Pérez (ʼIbrahīm al-Taybilī). Het Italiaanse manuscript dook in 1709 in Amsterdam op. De eerste bezitter schonk het manuscript in 1713 aan Prins Eugène de Savoie. In de bijgevoegde opdracht betitelt hij het als hoc Evangelium Muhammedanum, quod BARNABAE Apostoli Nomen prae se fert. 

Omdat er verder geen citaten te vinden zijn uit dit evangelie, noch bij kerkvaders, noch bij moslimtheologen, – tot de publicatie in 1907, bleef iedereen het beschouwen als een curiosum. Ook bij wetenschappers was er weinig aandacht voor.

Eerste moderne editie en discussie

Begin 20ste eeuw verzorgden echter Laura and Lonsdale Ragg een uitgave van de Italiaanse tekst met een Engelse vertaling, en een inleiding.2. Zij vonden het belangwekkend omdat het waarschijnlijk afkomstig is uit het typisch religieus-gemengde milieu in Zuid-Europa eind van de Middeleeuwen/begin Nieuwe tijd. In de inleiding verwijzen zij naar een aantal anachronismen (zie onder) en stellen tegelijk vast dat de tekst dus niet ouder kan zijn dan de 14de eeuw. Hun hoofdargument is dat het jubeljaar volgens dit Evangelie een 100-jarige periodiciteit heeft. Het jubeljaar heeft echter altijd een periodiciteit van 50 jaar…, behalve in een beperkte periode in de 14de eeuw (1300-1343) toen paus Bonifatius dit zo had besloten. Zijn opvolger maakte dit weer ongedaan. Verder onderzoek heeft deze hypothese bevestigd. Tenslotte: Als het Evangelie van Barnabas echt van Barnabas zou zijn (d.w.z. de persoon die in het Nieuwe Testament genoemd wordt, dan zou het dus uit de tweede helft van de eerste eeuw moeten stammen). Dan is het echter wel vreemd dat geen enkele islamitische of christelijke auteur ooit naar dit evangelie verwijst, of er zelfs maar een vers uit citeert. Enkel een complottheorie kan dat verklaren, en dan hebben we het domein van de wetenschap verlaten.

De inhoud en strekking

In deze tekst verkondigt Jezus een leer die nauw aansluit bij de islam. De tekst van de canonieke evangeliën wordt in dit evangelie vaak geciteerd. Een christen herkent dus heel veel. Als de schrijver dit doet, dan citeert hij vaak letterlijk uit een 14de eeuws Italiaans ‘diatessaron’ (= samenvoeging van de vier canonieke evangeliën tot één verhaal). Dit beslaat ongeveer 2/3 van het Evangelie (zie hiervoor het onderzoek van dr. Jan Joosten – Universiteit Straatsburg 3). Dit is een belangrijke vaststelling, omdat een ‘diatessaron’ (evangeliën-harmonie) de tekst uit de verschillende bronnen moet harmoniseren, de verschillend moet gladstrijken en daarbij dus ‘eigen zinnen’ smeedt, vaak erg voordehandliggend, soms opvallend. Enkele van die originele 14de eeuwse constructies komen ook voor in het Evangelie van Barnabas (voor voorbeelden, zie de artikelen van Jan Joosten, geciteerd in de noot hierboven). Wat er in dit pseudepigrafische geschrift gebeurt, is dat het verhaal en de uitspraken van Jezus worden gecorrigeerd en aangevuld met en vanuit islamitische inzichten (die – historisch gesproken – niet ouder zijn dan de 7de eeuw). In het Evangelie van Barnabas is Jezus een profeet die spreekt zoals een moslim dat van een profeet zou verwachten. En niet enkel dat: Hij veroordeelt ook al van te voren een aantal claims aangaande zijn eigen status (m.n. zijn goddelijke natuur, als dogma pas in de 4de-5de eeuw vastgelegd). Hij vervloekt de mensen die hem ‘zoon van God’ noemen. Hij ontkent zelfs dat hij de Messias is. Die moet nog komen. En wel in de persoon van Mohammed, een dubieuze visie vanuit orthodox islamitisch standpunt). De naam Mohammed valt ook verschillende malen. Zijn komst wordt door Jezus expressis verbis aangekondigd. Dit gebeurt ook in de koran (soera 61,6 meer over dit vers kunt u hier lezen), maar in het evangelie van Barnabas gebeurt dit door Mohammed reeds verschillende keren te noemen (dus niet verstopt in ‘Ahmad’, maar openlijk).

niet de Messias, maar de voorloper

De wijze waarop het in dit evangelie gebeurt is ook in die zin origineel, dat Jezus zichzelf wegcijfert en de plaats inneemt van de ‘voorloper’, de wegbereider voor de volkomen Profeet, de zegel der profetie, door God uitverkoren Boodschapper, Mohammed. Jezus is ‘Elia redivivus’, die komen moet voordat de Messias komt. Ergo: Jezus is de Messias niet, maar slechts ‘de stem van een roepende in de woestijn van Judea’ (de christelijke lezer herkent de figuur van ‘Johannes de Doper’): Hij verwijst naar ‘degene die na hem komt’ en die ‘groter zal zijn dan hij ‘ en die ‘Mohammed’ heet. Mohammed wordt hier dus ‘Messias’ (on-islamitisch). Die passage (hoofdstuk 42 in het evangelie van Barnabas) is een bijna letterlijke overname van de woorden van Johannes de Doper uit de canonieke evangeliën. De historische Johannes heeft het in de andere evangeliën niet over Mohammed, maar over Jezus. Zelfs de zin “ik ben ook niet waardig om maar een riem van z’n schoenen te strikken” wordt in Jezus’ mond gelegd. NB: de figuur van Johannes de Doper (de profeet ‘Yahja’ uit de koran) is afwezig in het evangelie van Barnabas. Anders gezegd: Hij is vervangen door Jezus. In een aparte post heb ik enkele uitgebreide quotes opgenomen die dit punt duidelijk illustreren.

Door het evangelie van Barnabas als tekstgetuige aangaande de ‘historische Jezus’ serieus te nemen, wordt een serieus gesprek tussen christenen en moslims over de persoon van Jezus en Mohammed quasi onmogelijk.

Moslims over het Evangelie van Barnabas

Het feit dat moslim-uitgevers het evangelie van Barnabas van inleidingen voorzien waarin het als echt wordt bestempeld, is pijnlijk voor henzelf (einde van elk wetenschappelijk krediet) èn funest voor de interreligieuze dialoog. Zij claimen namelijk dat dit boek de authentieke ‘Indjil’ bevat en dat dus alle alternatieven (d.w.z. de christelijke evangeliën) incorrect zijn. Dit gebeurt bijvoorbeeld op de zeer informatieve site van islamicstudies (de tekst van de koran met commentaar en toelichting). Klik op deze pagina door naar de toelichting bij vers 61:6. U krijgt het hele verhaal in geuren en kleuren. De christenen hebben – zo gaat de redenering – de oorspronkelijk aanwezige duidelijke verwijzing naar Ahmad-Mohammed verstopt achter het woord ‘Paracleet’. Hier ook de uitleg over de associatieve trouvaille van Paracletus = Pericletus (= Grieks: beroemd = ‘Ahmad’ in het Arabisch)). Jezus kondigt in het Barnabas-evangelie verschillende malen de komst aan van ‘Mohammed’ (wiens volledige naam genoemd wordt, dus niet enkel ‘Ahmad’ zoals in soera 61:6). Hij is het zegel der profetie, d.w.z. met Mohammed wordt de profetie voltooid en afgesloten. En – u kunt het verhaal zelf verder afmaken. Volgens deze redacteuren hebben christenen vervolgens de canonieke evangeliën vervalst. Ze hebben bijv. de termen ‘Heilige Geest’ en ‘Geest der Waarheid’ toegevoegd in het Johannes-evangelie (interpolaties) bij de teksten over ‘de paracleet’ om de lezer op een verkeerd spoor te brengen. Ze hebben het Evangelie van Barnabas vernietigd of bewust verstopt. Tsja, als je zo redeneert, is een gesprek al afgelopen voor het begonnen is. Wat ‘sound reasoning’ over hoe je stambomen van teksten kunt opstellen, het vermijden van cirkelredeneringen (onbewijsbare hypothesen opstellen om een stand van zaken te bewijzen die op die hypothese berust) en vooral: een serieuze historische, inhoudelijke en taalkundige analyse van het evangelie van Barnabas, zoals wij het kennen. En – geloof me vrij, ik houd wel van apocriefe evangeliën, en ben helemaal niet tegen de claim dat die ook on-orthodoxe historische herinneringen kunnen bevatten – echt waar: maar wie zich verdiept in het Evangelie van Barnabas ziet heel snel de tekstmanipulaties, historische fouten, anachronismen etc. 4. Voor meer info zie m.n. de engelstalige wiki en voor de liefhebbers de informatieve studies die Jan Slomp ooit over dit onderwerp heef verzameld en die door een Duitse vereniging voor de dialoog tussen chrisenen en moslims (CIG) online is geplaatst.5. De standaard-info die in islamitische kringen over dit evangelie circuleert, heb ik op een aparte pagina gekopieerd en besproken (link).

Anachronismen

Als het Evangelie van Barnabas echt van Barnabas zou zijn (d.w.z. de persoon die in het Nieuwe Testament genoemd wordt, dan zou het dus uit de tweede helft van de de eerste eeuw moeten stammen). Echter de tekst bevat een aantal anachronismen en historische ongerijmdheden, die deze datering onmogelijk maken. De stomste fout die de auteur maakt (en die de historisch Barnabas nooit gemaakt zou kunnen hebben), is dat hij vertelt hoe Jezus per boot van het Meer van Galilea naar Nazareth vaart. Echter Nazareth ligt niet aan het meer, is niet per boot bereikbaar, en is dat ook nooit geweest. De andere vergissingen zijn subtieler en vereisen wat achtergrondkennis. Ik lijst ze op.

  • Er is een verwijzing naar het jubeljaar dat om de honderd jaar wordt gehouden (hoofdstuk 82) in plaats van elke vijftig jaar zoals beschreven in Leviticus: 25. Dit anachronisme suggereert een link tussen het Evangelie van Barnabas met de proclamatie van een Heilig Jaar in 1300 door Paus Bonifatius VIII; Dit jubeljaar zou vervolgens om de honderd jaar herhaald moeten worden. In 1343 werd het interval tussen de Heilige Jaren echter opnieuw gereduceerd tot 50 door paus Clemens VI
  • In hoofdstuk 91 wordt de “veertig dagen” een jaarlijkse vasten genoemd. Dit komt overeen met de christelijke traditie van vasten gedurende veertig dagen in de vastentijd, een praktijk die pas bestaat sinds het Concilie van Nicea (325). Evenmin is er een veertig daagse vasten in het Jodendom van die periode.
  • Waar het Evangelie van Barnabas citaten uit het Oude Testament bevat, komen deze eerder overeen met lezingen zoals die in de Latijnse Vulgaat voorkomen in plaats van met de Griekse vertaling (Septuaginta) of de Hebreeuwse Masoretische tekst, die Jezus of Barnabas zou gebruikt kunnen hebben. De Latijnse Vulgaat dateert echter uit het einde van de vierde eeuw (Hiëronymus begon eraan in 382 na Christus), dus lang na de dood van Barnabas.
  • In hoofdstuk 54 staat: “… een stuk goud moet zestig mites hebben” (Italiaanse minuti). In de nieuwtestamentische periode was de enige gouden munt, de aureus, ongeveer 3.200 van de kleinste bronzen munt, de lepton, waard (vertaald in het Latijn als minuti). De wisselkoers van 1:60 die in het Evangelie van Barnabas voorkomt was echter een gemeenplaats in de laat-middeleeuwse interpretatie van de passage in de Marcus 12:42. Dit misverstand komt voort uit het feit dat het in de Middeleeuwen standaard was om minuti als ‘een zestigste deel ‘ te interpreteren.
  • In hoofdstuk 119 plaatst Jezus suiker en goud als stoffen van gelijkwaardige zeldzaamheid en waarde. Hoewel de eigenschappen van suiker al in de oudheid bekend waren in India, werd het niet als zoetstof verhandeld tot in de 6e eeuw ontwikkelde. Van de 11e tot de 15e eeuw was de handel in suiker in Europa een Arabisch monopolie en werd de waarde ervan vaak vergeleken met goud.
  1. een verwarring met de wel bekende apocriefe ‘brief van Barnabas’ (gnostische kringen), ligt voor de hand
  2. Lonsdale Ragg, Laura Ragg: The Gospel of Barnabas. Clarendon Press, Oxford 1907
  3. J. Joosten, ‘Le rapport entre l’Harmonie Vénitienne et l’Harmonie Toscane: Une contribution à l’histoire du Diatessaron italien’, Rivista Biblica 52 (2004), pp. 77–85; id. , ‘The date and provenance of the Gospel of Barnabas’, Journal of Theological Studies, NS, 61/1, April 2010
  4. Je moet niet al te letterlijk een 14de eeuwse evangelie-harmonie citeren als je wilt dat je tekst teruggaat tot de eerste eeuw. Ook is het niet slim om Jezus per boot naar Nazareth te laten gaan als Nazareth niet aan het meer van Galilea ligt, of verwijzen naar de jaarlijkse “40-daagse vasten” als die pas sinds 325 bestaat, of – nog erger – spreken van een 100-jarig jubeljaar, als die gewoonte nooit bestaan in Israël, en in het christendom enkel voorkwam in een korte periode in de 14de eeuw etc.
  5. waarbij enkel moet worden opgemerkt dat in sommige van deze stukken de christelijke apologetiek ook doorschemert (d.w.z. in de manier waarop info uit de canonieke evangeliën te snel wordt geaccepteerd als ‘factual’.). https://www.chrislages.de/barnarom.htm