Moesa, Taloet en Dawoed

Over Mozes, Saul (Gideon) en David

In soera 2 wordt Mohammed door de engel Gabriël gewezen op een aantal verhalen uit het Oude Testament, waarin Joodse leiders (m.n. Saul en Gideon) dapper de strijd ‘op de weg van God’ voortzetten, hoewel ze tegengewerkt worden of in de minderheid zijn. Deze bijbelse voorbeelden zijn bedoeld om Mohammed te bemoedigen.

Ik citeer iets ingekort de betreffende verzen uit soera 2 (tussen haakjes de bij Joden en christenen meer bekende namen). Wat toelichting volgt onder de tekst.

Soera 2

[246] Heb jij [= Mohammed] niet gezien hoe de voornaamsten van de Israëlieten na Moesa [Mozes] tot een profeet van hen zeiden: ”Zend ons een koning, dan zullen wij op Gods weg strijden.”…
[247] En hun profeet zei tot hen: ”God heeft Taloet [Saul] als koning tot jullie gezonden.” Maar zij zeiden: ”Hoe zou hij het koningschap over ons kunnen uitoefenen, terwijl wij meer recht op het koningschap hebben dan hij en hem ook geen overvloed van bezit gegeven is?” De profeet zei: ”God heeft hem boven jullie uitverkoren en Hij heeft hem ruim doen toenemen in kennis en lichaamsgestalte.”
[248] ”Het teken van zijn koningschap is dat de ark tot jullie komt waarin een goddelijke rust van jullie Heer is en een overblijfsel van wat de mensen van Moesa [Mozes] en Haroen [Aäron] hebben nagelaten, en welke de engelen dragen. Daarin is een teken voor jullie, als jullie gelovig zijn.”
[249] Toen koning Taloet [Saul] met zijn troepen uittrok, zei hij: God zal jullie beproeven met een rivier. Wie eruit drinkt, hoort niet bij mij en wie het niet proeft, die hoort bij mij, behalve als iemand een handvol opschept. Toen dronken zij eruit, op enkelen na. Toen hij daarop met hen die samen met hem gelovig waren de rivier overstak zeiden zij: ”Vandaag hebben wij tegen Djaloet [Goliath] en zijn troepen geen kracht.” Zij die meenden dat zij God zouden ontmoeten zeiden: ”Vaak heeft een kleine troepenmacht met Gods toestemming een grote troepenmacht overwonnen! God is met hen die geduldig volharden.” [250] … [251] Toen versloegen zij hen met Gods toestemming toestemming en Dawoed [David] doodde Djaloet [Goliat] en God gaf hem het Koningschap en de Wijsheid en onderwees hem wat Hij wilde. [252] Dat zijn Gods tekenen. Wij lezen ze aan jou in waarheid voor. En jij bent zeker een van de gezondenen.

Toelichting: Saul, Gideon, David en Goliath

Voor wie de bijbel een beetje kent, is meteen duidelijk dat deze soera een wonderlijke mix is van diverse verhalen uit het Oude Testament.

Het begint met het verhaal van het volk Israël dat ‘vraagt om een koning’ (te vinden in 1 Samuël 8). Tot hun verbazing wordt Saul gekozen, afkomstig uit een familie die weinig aanzien had. Hij stak wel met kop en schouders (van de schouderen opwaartsch, vertaalden de Statenvertalers in de 17de eeuw) boven het volk uit, een détail dat Mohammed blijkbaar niet is ontgaan. Dit verhaal speelt zich af ca. 1050 voor Christus.

Het verhaal van de ark dateert uit de periode vóór Saul koning werd. Het echoot een verhaal rond de priester Eli en zijn zonen, uit de tijd van de ‘Richters’, toen er nog geen koning in Israel was en er steeds nieuwe krijgsheren/leiders opstonden om de vijand buiten te werken. In Richteren 4-6 (Rechters, Judices) kunnen we lezen hoe de Filistijnen ooit de ark van het verbond wisten buit te maken en triomfantelijk opstelden in hun heidens tempel. Echter van dan af ging alles mis en het eindigt ermee dat de Filistijnen de ark op een kar zetten en zonder menselijke sturing keert de ark terug naar het heiligdom. De ‘overblijfselen in van Mozes etc’ zou de inhoud van de ark kunnen zijn: de stenen tafelen (kleitabletten) met de 10 geboden, wat manna, en de staf van Aäron. Interessant is dat in de brief aan de Hebreeën (Nieuwe Testament) een mystieke interpretatie van de ark, het manna etc. wordt gegeven en dat daarbij het woord ‘goddelijke rust’ valt, ook aanwezig hier in de koran (zie hiervoor Hebreeën 4 en 9). Toeval?

Vervolgens stappen we over op een verhaal uit de Richterentijd – terwijl de koran nog steeds meent dat het over Saul gaat – dat van Gideon. Die triëert de vrijwilligers voor zijn bevrijdingsleger door iedereen te laten drinken uit een rivier. Enkel diegenen die ‘zonder handen’ dronken, lijft hij in zijn leger in. De rest mag naar huis. Deze ‘Gideonsbende’ behaalt vervolgens een schitterende overwinning tegen de Midianieten (Richteren 7 e.v.). De engel Gabriël schijnt dit allemaal niet te weten en springt zonder verpinken weer enkele eeuwen vooruit naar een andere veldslag, namelijk die keer toen koning Saul tegenover de Filistijnen stond en niemand het durfde opnemen tegen de reus Goliath, tot de jonge herder David ten tonele verscheen en Goliath met een steentje uit z’n slinger velde (1 Samuël 17). Nadrukkelijk bevestigt Gabriël aan Mohammed dat dit de waarheid is… voor ‘t geval een Jood of een christen mocht zeggen dat het toch eigenlijk anders is geschied.

Voor een soortgelijke vermenging van personen rond Mirjam (zus van Mozes) en Maria (moeder van Jezus), klik hier. Over Jezus/Isa: klik hier.