De bronnen van de islam

Het rommelt al geruime tijd in islamologenland. Arabisten en historisch geschoolde onderzoekers stellen vragen bij het traditionele verhaal over Mohammed en het begin van de Islam.  Opvallend zijn niet zozeer de felle reacties uit de traditionele hoek, maar vooral het stilzwijgen daarbuiten.

Het traditionele verhaal

Het traditionele verhaal van de Islam ziet er al eeuwen hetzelfde uit. De in Mekka geboren Mohammed kreeg van de engel Gabriël gedurende 23 jaren de Koran gedicteerd. Via een tussenstop in Medina kon hij een wereldreligie stichten. Voor een beeld van de Profeet baseren moslims zich behalve op de Koran (die over Mohammed zelf niet veel zegt) voornamelijk op diverse oude biografieën. Deze biografieën worden samen met theologische commentaren (hadiths) gebruikt om de soera’s van de Koran in een historische context te zetten en om duistere passages te interpreteren. De meerderheid van moderne islamologen benadert deze bronnen nog steeds tamelijk onkritisch benadert. Ze houden zich voornamelijk bezig met vragen als: Wat is de exacte volgorde van Koranhoofdstukken? Waarom heeft Mohammed een slachtpartij onder Joodse burgers aangericht? Waarom huwde hij meerdere vrouwen? Nuttige vragen, maar niemand lijkt zich de vraag te stellen of deze verhalen over Mohammed en het ontstaan van de Islam wel historisch houdbaar zijn. Wellicht is er een andere, meer historische visie te formuleren.

Kritiek

Wat velen niet weten, is dat er al lang wetenschappers zijn, die kritische vragen stellen over de historiciteit van de overleveringen rond de profeet Mohammed en met name rondom het ontstaan van ‘de Islam’. Die discussie is voor buitenstaanders heel moeilijk te volgen. Bijna niemand in het Westen beheerst het Arabisch van de Koran en tussen de weinige experts woeden heftige debatten over de juiste vertaling en interpretatie. Eildert Mulder en Thomas Milo hebben in een populariserend boekje De omstreden bronnen van de Islam (2009) deze complexe discussie voor een breed publiek proberen te ontsluiten. Zo onderzocht de Duitse archeoloog Gerd-Rüdiger Puin oeroude papyri in de Jemenitische hoofdstad Sanaa. Hij ontdekte dat er wel degelijk verschillende tekstversies van de Koran hebben gecirculeerd aan het eind van de 7de eeuw. Net als het Nieuwe Testament is de Koran in eeuw na de gebeurtenissen gegroeid uit verschillende verhaaltradities, die door enkele redacteuren tot een geheel zijn gecomponeerd.

Aramees

Christoph Luxenberg heeft in de pers de meeste roering veroorzaakt. Hij stelde dat de zeventig maagden die aan vrome moslims (en volgens sommigen speciaal aan terroristen) wordt beloofd, waarschijnlijk eerder druiven zijn. Luxenberg probeert de duistere en onbegrijpelijke passages uit de Koran te begrijpen door naar het Syrisch-Aramees te kijken. Het Aramees (dat Jezus ook gesproken zou hebben) werd in die tijd meer gesproken dan het Arabisch. Als je de ‘vreemde’ woorden leest als Aramees komen er verrassende nieuwe betekenissen boven. Geleerden als Luxenberg wijzen er ook op dat het oude Arabische handschrift eigenlijk niet geschikt was om de gecompliceerde klanken van het Arabisch te vangen. Letters verschillen soms op hele minuscule wijze van elkaar, met al het gevaar van verkeerd lezen en overschrijven van dien. Net als bij het Hebreeuws van het Oude Testament werd de Koran oorspronkelijk zonder klinkers opgeschreven. De ‘spikkeltjes’ die je in veel moderne Arabische Korans vindt (maar bijvoorbeeld ook in wetenschappelijke edities van het Hebreeuwse Oude Testament), zijn er dan ook later bijgezet door commentatoren. Als je die klinkers echter net iets anders invult, krijg je een hele andere betekenis. En niemand weet welke klinkers er zouden moeten staan. Meestal is dat uit de context af te leiden, maar lang niet altijd.

Een klein voorbeeld waarbij het wel gaat. In soera 72,18 staat in traditionele vertalingen “De moskeeën behoren God toe, dus roept niemand aan behalve God.” Die ‘moskeeën’ (‘masdjid’) slaan in de context nergens op: het gaat in deze soera om ‘djinns’, boze geesten. Luxenberg suggereert een link met het Aramese werkwoord ‘misdjad’ (= knielen), dat er eigenlijk bedoeld wordt: “knielen doe je voor God”. Bedenk: de oude handschriften kennen geen klinkers, dus beide woorden kunnen bedoeld zijn. De betekenis is in het tweede geval echter veel aannemelijker. Alleen maar vragen. En slechts weinig of heel aarzelende antwoorden.

Omstreden

Op de theorieën van de revisionistische islamologen is veel kritiek gekomen, zeker nu hun ideeën voor een breed publiek beschikbaar zijn. Tijdens zijn afscheidscolleges suggereerde prof. Van Koningsveld (Godsdienstgeschiedenis van de Islam in West-Europa, Universiteit van Leiden), dat de revisionisten de weg zijn kwijt geraakt. Van Koningsveld en andere islamologen blijven hameren op de historiciteit van het traditionele ontstaansverhaal van de Islam. Deze geleerden krijgen hierin – uiteraard – bijval uit orthodoxe hoek. Het beeld van een ongebroken en foutloze historische verslaglegging van de Islam blijft zodoende gemeengoed, buiten het veld van de orthodoxe moslims. Mulder en Milo constateren in hun boek terecht dat in het voetspoor van de orthodoxe Islam, de Westerse islamologie blijft vasthouden aan het traditionele verhaal. Moslims die claimen dat de Islam de enige godsdienst is waarvan het ontstaan historisch is vastgelegd (enkel feiten, geen legende), blijven zo onweersproken. Als iemand dat over de Bijbel zou zeggen, zou het gehoon niet van de lucht zijn. Bij de koran blijft het – eerbiedig? of is het eerder angstig – stil.

Bijbel en Koran

Christenen en Joden zijn gewendaan een historisch-kritische doorvorsing van hun heilige geschriften. Met behulp van allerlei exegetische instrumenten is de lange ontstaansgeschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament uitgeplozen. Het blijkt een proces van honderden jaren waarbij teksten uit verschillende tradities en tijden door redacteuren en kopiisten talloze malen is geredigeerd. Het lijkt voor de hand te liggen dat dezelfde principes ook opgaan voor de Koran. Zoals het christendom uit het Jodendom ontstaan is, zo zou de Islam ook uit een andere religie ontstaan kunnen zijn. Voor de meeste moslims blijkt dit soort wetenschappelijke ‘kritiek’ nog een brug te ver. Onder westerse islamologen wordt veel gezwegen en ‘vrij-denkende’ moslims durven vaak niet zeggen wat ze echt denken, uit angst voor represailles. De traditionele islam – waartoe een groot deel van de wereldwijde moslimgemeenschap gerekend moet worden – houdt zo het vrij onderzoek in een theologische houdgreep. Jammer.

Literatuur:

  • Eildert Mulder en Thomas Milo, De omstreden bronnen van de Islam, Boekencentrum (2009), ISBN 9-78902114-210-4.
  • Christoph Luxenberg, Die Syro-Aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschüsselung der Koransprache, Verlag Hans Schiler (2005), ISBN 3-89930-028-9.
  • Karl-Heinz Ohlig & Gerd-R. Puin, Die dunklen Anfänge, Neue Forschungen zur Entstehung und frühen Geschichte des Islam(red.), Verlag Hans Schiler (2005), ISBN 3-89930-128-5.
  • Tariq Ramadan, In de voetstappen van de Profeet, Van Gennip (2007), ISBN 9-78905515-882-9.