De bronnen van de islam

Religieuze leiders en onderzoekers (= islamologen, arabisten, oriëntalisten) leven vaak op gespannen voet met elkaar. Dat komt omdat beiden met een heel andere bril naar hetzelfde kijken. Als het bijv. gaat over het ontstaan van de religie (leven van Mohammed, Jezus, Boeddha) en het literair-historisch onderzoek van de heilige boeken komt die spanning aan het licht. Enkele elementen hiervan belicht ik op deze pagina.

Het traditionele verhaal

Volgens het traditionele verhaal van de Islam kreeg Mohammed (geboortig in Mekka) van de engel Gabriël gedurende 23 jaren de koran gedicteerd. Hij reciteerde die openbaring en had een zeker succes, maar de Mekkaanse elite wilde er uiteindelijke niet aan. Hij week uit naar Medina waar het tij keerde en een ‘wereldreligie’ vorm kreeg die daarna aan een ware (ook politieke) triomftocht begon onder leiding van de de Profeet. Voor dit beeld baseren moslims zich behalve op de Koran (die over Mohammed zelf niet veel zegt) voornamelijk op diverse zeer oude biografieën. Deze worden samen met theologische uitwijdingen en overleveringen (de ‘hadiths‘) gebruikt om de soera’s (hoofdstukken) van de Koran in een historisch kader te plaatsen, zodat het bijbehorende verhaal vertelbaar wordt en om duistere passages te kunnen interpreteren. Veel islamologen en moslimgeestelijken benaderen deze bronnen tamelijk on-kritisch. D.w.z. ze houden zich vooral bezig met vragen die de ‘buitenkant’ raken, zoals: Wat is de exacte volgorde van koranhoofdstukken? Waarom heeft Mohammed de Joodse stam van de Qoeraisj zo hard aangepakt? Waarom huwde hij meerdere vrouwen? Kunnen we daarover nog iets meer achterhalen? Nuttige vragen, maar weinig mensen lijken zich de vraag te stellen of de standaardverhalen over Mohammed en het ontstaan van de islam eigenlijk historisch wel houdbaar zijn.

Oude bronnen

Als je verder speurt, dan ontdek je dat (in de luwte van het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten) onderzoek gebeurt dat zich ook historisch-kritische bezig houdt met de overleveringen rond Mohammed en het ontstaan van ‘de Islam’. NB: ‘kritisch’ betekent niet dat men perse negatieve kritiek wil leveren, maar duidt op een poging om op een consistente en methodisch correcte wijze onderscheid te maken tussen wat steek houdt en wat niet). De wetenschappelijke discussie is voor buitenstaanders moeilijk te volgen, omdat ze vaak met zeer specialistisch literair (taal-)onderzoek verbonden is. Bijna niemand in het Westen beheerst het arabisch van de Koran en tussen de weinige experts woeden – zoals in veel wetenschappelijke domeinen – heftige debatten. Hierbij gaat het om hoe je het oud-arabisch (dat niet meer gesproken wordt, maar waarin de koran is geschreven) vertaalt en dus interpreteert. Die twee hangen altijd samen. Eildert Mulder en Thomas Milo hebben in een populariserend boekje De omstreden bronnen van de Islam (2009) deze discussie voor een breed publiek proberen te ontsluiten. Zij verwijzen o.a. naar het onderzoek door de Duitse archeoloog Gerd-Rüdiger Puin van oude papyri in de Jemenitische hoofdstad Sanaa. Hij stelde op grond daarvan vast dat er wel degelijk verschillende tekstversies van de Koran hebben gecirculeerd aan het eind van de 7de eeuw. Net als het Nieuwe Testament lijkt ook de Koran in de eeuw na de gebeurtenissen te zijn samengesteld uit verschillende verhaaltradities.

Aramees, Arabisch

De oriëntalist Christoph Luxenberg probeert duistere passages uit de Koran beter te begrijpen door naar het Syrisch-Aramees te kijken. Het Aramees (dat Jezus ook gesproken zou hebben) werd in Mohammeds dagen meer gesproken dan het Arabisch. Als je de ‘vreemde’ woorden leest als Aramees komen er verrassende nieuwe betekenissen boven. Hij werd het meest bekend doordat hij stelde dat de maagden die aan vrome moslims (en volgens sommigen ook aan jihadisten die aanslagen plegen op de vijanden van de islam)  worden beloofd, waarschijnlijk eerder druiven zijn.
Komt nog bij, dat de arabische lettertekens soms maar op minuscule wijze van elkaar verschillen, wat een gevaar van verkeerd lezen en – dus – fouten bij het overschrijven mogelijk maakt. NB: we hebben het over ‘handschriften’. Ook is het oude Arabische schrift niet gemaakt om de gecompliceerde klanken van het Arabisch te vangen. Immers: net als Hebreeuws wordt het Arabisch zonder klinkers opgeschreven. De ‘spikkeltjes’ die je in veel moderne Arabische Korans vindt (maar bijvoorbeeld ook in wetenschappelijke edities van het Hebreeuwse Oude Testament), zijn er later bijgezet door commentatoren. Als je die klinkers echter net iets anders invult, krijg je een hele andere betekenis. En niemand weet welke klinkers er zouden moeten staan. Meestal is dat uit de context af te leiden, maar lang niet altijd.

Een klein voorbeeld waarbij het wel gaat. In soera 72,18 staat in traditionele vertalingen “De moskeeën behoren God toe, dus roept niemand aan behalve God.” Die ‘moskeeën’ (‘masdjid’) slaan in de context nergens op: het gaat in deze soera om ‘djinns’, boze geesten. Luxenberg suggereert een link met het Aramese werkwoord ‘misdjad’ (= knielen), dat er eigenlijk bedoeld wordt: “knielen doe je voor God”. Bedenk: de oude handschriften kennen geen klinkers, dus beide woorden kunnen bedoeld zijn. De betekenis is in het tweede geval echter veel aannemelijker.

Omstreden

Op de theorieën van de revisionistische islamologen is veel kritiek gekomen, zeker nu hun ideeën voor een breed publiek beschikbaar zijn. Tijdens zijn afscheidscolleges suggereerde prof. Van Koningsveld (Godsdienstgeschiedenis van de Islam in West-Europa, Universiteit van Leiden), dat de revisionisten de weg zijn kwijt geraakt. Van Koningsveld en andere islamologen blijven hameren op de historiciteit van het traditionele ontstaansverhaal van de Islam. Deze geleerden krijgen hierin – uiteraard – bijval uit orthodoxe hoek. Het beeld van een ongebroken en foutloze historische verslaglegging van de Islam blijft zodoende gemeengoed, ook buiten het veld van de orthodoxe moslims. Dit betekent dat de Westerse islamologie het de orthodoxe moslims te gemakkelijk maakt om aan het traditionele verhaal als verslag van een 100% feitelijk gebeuren vast te houden. Moslims die claimen dat de Islam de enige godsdienst is waarvan het ontstaan historisch is vastgelegd (enkel feiten, geen legende), blijven zo van het nodige weerwerk verstoken. Als iemand hetzelfde zou claimen over de Bijbel, zou het gehoon echter niet van de lucht zijn. Bij de koran blijft het – eerbiedig? of angstig? – stil.

Omgaan met kritische vragen

Christenen en Joden zijn gewend aan een historisch-kritische doorvorsing van hun heilige geschriften. Met behulp van allerlei exegetische instrumenten is de lange ontstaansgeschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament uitgeplozen. Het blijkt een proces van honderden jaren waarbij teksten uit verschillende tradities en tijden door redacteuren en kopiisten talloze malen is geredigeerd. Het lijkt voor de hand te liggen dat dezelfde principes ook opgaan voor de Koran. Zoals het christendom uit het Jodendom ontstaan is, zo zou de Islam ook uit een andere religie ontstaan kunnen zijn. Voor de meeste moslims blijkt dit soort wetenschappelijke ‘kritiek’ een brug te ver. Onder westerse islamologen wordt veel gezwegen en ‘vrij-denkende’ moslims durven vaak niet zeggen wat ze echt denken, uit angst voor represailles. De traditionele islam – waartoe een groot deel van de wereldwijde moslimgemeenschap gerekend moet worden – houdt zo het vrij onderzoek in een theologische houdgreep. Dat is niet alleen jammer voor het onderzoek, maar ook voor de moslims (en bij uitbreiding de hele samenleving). Ieder mens is m.i. gebaat bij het vermogen om de juiste vragen te stellen als tradities gezag claimen op grond van boven-menselijke openbaringen. En dat zeg ik als gelovige !

Literatuur:

  • Christoph Luxenberg, Die Syro-Aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschüsselung der Koransprache, Verlag Hans Schiler (2005), ISBN 3-89930-028-9.
  • Karl-Heinz Ohlig & Gerd-R. Puin, Die dunklen Anfänge, Neue Forschungen zur Entstehung und frühen Geschichte des Islam(red.), Verlag Hans Schiler (2005), ISBN 3-89930-128-5.
  • Tariq Ramadan, In de voetstappen van de Profeet, Van Gennep (2007), ISBN 9-78905515-882-9.
  • Eildert Mulder en Thomas Milo, De omstreden bronnen van de Islam, Boekencentrum (2009), ISBN 9-78902114-210-4.