Het einde der tijden, Isa, de antichrist en de Mahdi

Om te kunnen spreken over een ‘eindtijd’, of ‘de laatste Dag’ is een lineaire opvatting van de geschiedenis een voorwaarde. Er is een begin (meestal geduid als een ‘Schepping’ van de godheid), dan is er een korte/lange mensheidsgeschiedenis, en dan komt ‘het einde’ (al dan niet samenvallend met een laatste oordeel). De abrahamitische religies (boekreligies) kennen allen deze lineaire kosmologie met de daarbijhorende eindtijdscenario’s, meestal gekenmerkt door grote omwentelingen en een uiteindelijke verlossing. Het Jodendom – de oudste – is hierin vrij sober: De eindtijd is hier eigenlijk gewoon het laatste stuk van de wereldgeschiedenis. De kenmerkende daad: de Joodse diaspora (verstrooiing) wordt bijeengebracht en de Messias verschijnt: de “komende wereld” komt en de doden verrijzen. (dit laatste is in het Oude Testament slechts aan de rand aanwezig). In het christendom is het kenmerk van de ‘eindtijd’: de Grote Verdrukking, die voorafgaat aan de komst van de Messias, die hier geduid wordt als de ‘Tweede Komst’, de wederkomst of de ‘komst in heerlijkheid’ (voelt u hoe deze visie klopt met de ervaring van de christenen in de eerste eeuw: ze werden vervolgd en verwachtten/hoopten op een spoedig einde). In de islam wordt wordt de Oordeelsdag voorafgegaan door de verschijning van al-Mahdi (of de laatste imam/kalief). Met de hulp van Isa (Jezus) zal hij de Massih-ad-Dajjal (=bedriger-messias; de antichrist) vernietiging. De inkleuring hiervan bouwt duidelijk voort op wat in de Joodse en christelijke ‘apocalyptiek’ is uitgedacht (beter: verbeeld), met eigen aanvullingen. Daarom eerst iets over de Joodse apocalyptische literatuur, dan over de christelijke draai en tenslotte over hoe dit ook in de islam van vandaag doorwerkt.

Het genre: ‘apocalyptische literatuur’

Volgens een wijsverbreid misverstand (gebaseerd op het niet herkennen van een bepaalde ‘literair genre’, nl. dat van de ‘apocalyptiek’) zou de bijbel – want daar begint het dus mee als het over de boekreligies gaat – ons informatie (voorkennis) verschaffen over hoe het zal aflopen met de wereld: Het gaat om periodes, kleine en grote tekenen der tijden, en een aantal spectaculaire gebeurtenissen die ‘het Einde’ inluiden. Deze letterlijke (de toekomst vooraf beschrijvende) interpretatie – alsof apocalyptische stukken een ‘spoorboekje van de eindtijd’ bevatten – eigenlijk een lezing die het genre miskent en dus ongeldige conclusies trekt. Vergelijk: Als je een verhaal leest over de schepping van een vrouw uit de rib van een eenzame man, die in een diepe slaap gevallen is middenin een paradijselijke tuin, dan moet je uit dat verhaal geen biologische conclusies trekken over ‘the origin of man’ en het ‘gender-onderscheid’. Dat doe je de tekst geen recht.

Daniël

Vooral het bijbelboek Daniël is van deze ‘niet-herkenning’ van het literaire genre het slachtoffer. Het eerste deel van dit geschrift, dat u in de (Joodse) bijbel kunt vinden, is een fraaie vertelling over een vrome Jood (met twee vrienden) aan het Perzische hof. Schitterend verhaal (net zo spannend als Esther, dat andere boek dat in die periode speelt). U kent het vast wel: Daniël die niet buigt voor de tiran, die trouw blijft aan zijn God/geloof/wet en die in de leeuwekuil wordt geworpen, met z’n vrienden in het vuur beland etc.. En de fameuze spreuk op de muur tijdens het drinkgelag: ‘Mene, mene tekel ufarsim’… en: de droomuitlegging van het “beeld op lemen voeten” . Een script dat zo verfilmd kan worden. In het tweede deel van dit boekje – en ik maak me sterk dat weinigen dit deel echt gelezen hebben – staan heel andersoortige teksten (ander genre). Er is geen verhaal meer, maar een opeenvolging van wonderlijke visioenen, die ook niets meer met Daniel en het Perzische hof te maken lijken te hebben. Hier is de ‘ik-persoon’ een ziener uit ‘oeroude tijden’, die allerlei verborgenheden schouwt en geheimen onthult (en tegelijk ook weer niet), want de beelden zijn zo duister, dat je je afvraagt: waar gaat dit over. Dit is een typisch kenmerk van de apokalyptische literatuur: apocalyps = onthulling, openbaring, maar pas op: gecodeerd. De teksten (op grond van taalanalyse) lijken te stammen uit ca. de tweede eeuw voor Christus en – toeval of niet – daar lopen de voorspellingen ook op uit. ‘des Pudels Kern’ is een scherpe kritiek op de religieus-politieke ontwikkeling in de tijd van de de Griekse overheersing van Israël onder Antiochus Epiphanes, die een heidens beeld in de tempel plaatste: ‘een gruwel, die wel verwoesting moet oproepen’. Deze ziener is geen profeet in de zin van Elia, Jesaja, Amos of Jeremia (profeet = man Gods die het woord Gods – torah – toepast op zijn tijd). Mocht u denken dat ik dit verzin. Dat is niet zo. Dit is de wetenschappelijke consensus. Plus: hoe het zou komen dat de Joden zelf het boekje Daniël niet tot de ‘Profetische geschriften’ (nebiïm) rekenen, maar tot de ‘Geschriften’ (zoals Hooglied, Ruth, Esther)? Zij herkenden het nog als ‘recent’ en wisten heel goed wat ‘apocalyptische’ literatuur was. Dat was toen erg in… (Ook de boeken van ‘Henoch’ en de ‘Jubileeën’ stammen uit die periode.

Format: tijdskritiek verwoord als eindtijdvisioen

Het format van deze tijdskritiek is dat men z’n analyse van de macht (en de ontsporing) en de tegenkrachten giet in de vorm van een visioen over het ‘einde der tijden’. De gebeurtenissen zelf krijgen boven-menselijke proporties en worden bij voorkeur zeer beeldrijk en plastisch beschreven. En alles is definitief, erop-of-eronder. Zwart-wit ook. Voilà, daar hebt u uw definitie van het genre: apocalyptiek.

De beeldtaal van de visioenen is bedoeld om emoties los te maken. Ze raken aan oer-angsten. Jung zou er wel mee uit de voeten kunnen! In de bijbel is er eigenlijk – naast het boek Daniël – maar één zo’n geschrift opgenomen: de ‘apokalyps van Johannes’. Verder zijn er in diverse bijbelboeken (Jeremia, Ezechiël, Zacharias) passages die tot dit genre horen. Buiten de bijbel zijn er legio van zulke geschriften, de een al duidelijker ‘apocrief’ dan de ander. Zo zijn er ‘visioenen’ en ‘openbaringen’ die op naam staan van Henoch (de legendarische vrome uit de oertijd, door Mohammed als een authentieke profeet beschouwd). De meeste van deze geschriften (vaak in diverse boeken verdeeld) dateren van de tweede eeuw voor Christus tot enkele eeuwen na het begin van onze jaartelling. Die geschriften werden in de tijd van het Nieuwe testament ijverig gelezen en door velen heel serieus genomen. Kennis ervan is nodig om sommige namen, verwijzingen en voorstellingen te verstaan die in het Nieuwe Testament voorkomen.

De openbaring van Johannes

Eén christelijke geschrift behoort bijna volledig tot het genre van de ‘apocalyptiek’, dat zijn de visioenen van iemand die zich die zich identificeert als Johannes (de apostel?). Hij schrijft als een tweede Daniël (om zijn teksten te kunnen plaatsen moet je eigenlijk eerst het tweede deel van Daniël lezen). Hij wordt – net als Daniël – geregeld in geestvervoering gebracht en beschrijft dan wat hij ziet in de eindtijd. De literaire vorm is duidelijk: Dramatisch en plastisch de eindstrijd tussen ‘goed en kwaad’ evoceren met alle verbeeldingskracht die je hebt (het zijn ‘visioenen’), terwijl je in werkelijkheid de religieus-politiek pretenties van het Romeinse Rijk en zijn keizers doorprikt. De keizer waant zich immers godgelijk en denkt met zijn geweldsideologie de hele wereld aan zich te kunnen onderwerpen en – belangrijk détail: men is begonnen bij vlagen de christenen te vervolgen (Nero was de eerste), omdat die weigeren de keizer als Deus te erkennen. De boodschap is duidelijk: deze anti-christelijke machthebbers zullen niet zegevieren, hoe dreigend (beest uit de afgrond, 7-oppige monster) ze er ook uitzien: ze zullen ten onder gaan. God zal het opnemen voor zijn volk. Voor de tijdgenoten is een decodering mogelijk (de zeven heuvels van Rome zijn aanwezig, de keizerskroon is expliciet), voor later levenden wordt het geheimtaal.

Spoorboekjes van de eindtijd?

Rond het begin van onze jaartelling was dit genre dus zeer geliefd en werden zulke boeken niet alleen geschreven, maar ook grif gekopieerd. Ook de christenen beoefenden het genre. Zo is er ook een ‘Apokalyps van Petrus’ (apocrief). Jammer genoeg hebben vooral gelovigen het moeilijk om goed te lezen en hebben deze teksten dus geïnterpreteerd alsof het spoorboekjes voor de eindtijd zouden zijn. Vooral evangelische (biblicistische) christenen hebben zich daarin gespecialiseerd. Zij moesten wel, want zij lezen alles letterlijk (d.w.z. nemen alles aan als ‘historisch’, hetzij in het verleden, hetzij in de toekomst). Tallozen hebben de veronderstelde ‘geheime codes’ gemeend te ontcijferen. Gedetailleerde scenario’s zijn opgesteld en steeds opnieuw door de ontwikkelingen en feiten achterhaald. Het bekendst zijn de Adventisten (de naam zegt het al: zij maakten zich midden 19de eeuw klaar voor de ‘komst’ van Christus’.) en de ‘Getuigen van Jehovah’. Kenmerkend: dat dat voorspellingen niet uitkomen, is geen falsificatie van de theorie, maar enkel een appèl om het nog eens opnieuw te bekijken. Gevolg is dat deze thema’s levend bleven en ook in de godsdienstige ontwikkelingen steeds weer opnieuw opduiken. Ook in de islam van vandaag.

Hoofdthema’s uit de apocalyptische literatuur

Ik noem enkele weerkerende thema’s:

  • De eindtijd heeft z’n aankondigers: de ‘tekenen der tijden’: natuurrampen en oorlogen zijn signalen dat het einde nabij is.
  • Daarbij voegen zich tekenen aan de hemel (zon verschiet van kleur, of komt in het Westen op (=> islam).
  • De plek waar ‘het’ gebeuren gaat is in Israël (met een voorkeur voor het dal van Megiddo. Daar zal de einstrijd tussen ‘goed en kwaad’ plaatsvinden Har-mageddon). Christenen verwachten ook vaak een ‘herstel van Israël als staat’ als iets dat moet geschieden voor het einde kan komen. Niet onbelangrijk: de herbouw van de tempel in Jeruzalem is ook een teken des eindtijds.
  • Verder wordt er veel met getallen en periodes gespeeld. Vooral het getal 7 (of de helft ervan: twee tijden, een tijd en een halve tijd) en 12 (of 12×12=144, al dan niet maal 1.000) zijn essentieel. In dit kader hoort ook de idee van een tijdelijk ‘duizendjarig vrederijk’ .
  • Christenen hebben vaak ook een visie op ‘de opname van de gemeente’ (de vromen worden voor de grote oorlog weggerukt uit hun leven en opgenomen in de hemel). Dit is gebaseerd op o.a. een passage uit Matthëus (ja, ook de evangelieën hebben hun eschatologische passages, uit de mond van Jezus, dat spreekt, echter geen uitgewerkte apocalyptiek).
  • Belangrijke wereldrijken met grote legermachten volgen elkaar op. Daarbij krijgen de laatste manifestaties hiervan de namen Gog en Magog (komt uit een apocalyptische passage uit de profeet Ezechiel 38).
  • En de verschijning van een valse Messias met veel macht: de antichrist.
  • Centraal is natuurlijk in al dit: de ‘wederkomst’ van Christus op de wolken, als Heer.

U kunt het ‘lam Gods’ van de gebroeders Van Eyck enkel ‘lezen’ als u uw apocalyptische kennis op peil hebt.

Islam en de eindtijd

Ook binnen de islam (en vooral onder de radicale islam) wordt de laatste tijd veel over de eindtijd geschreven en gedacht. De acties van jihadisten (extreem-islamitische groepen) zijn ook enkel maar te verstaan als je beseft dat ze handelen vanuit een opvatting dat ‘de eindtijd’ is aangebroken. De jihad (heilige strijd, ook een geestelijke discipline) krijgt hier de kleur van een reële aardse oorlog ter vestiging van een vernieuwd islamitisch kalifaat (rijk waar geleefd wordt volgens de wetten van de islam, de sjaria). Dat kalifaat had bestaan tot het Ottomaanse Rijk: NB: kaliefen zijn opvolgers/afstammelingen van Mohammed als leider van de “Umma”). Hoe dit precies zit, daarover verschillen Soennieten en Sjiieten nogal van mening. Het vernieuwde kalifaat (u verstaat de propagandamachine van IS vond hierin een vruchtbare voedingsbodem) is volgens de believers zelf een van de tekenen der tijden. Het betekent namelijk dat het einde nabij is en dat ieder mens nu een radicale keuze moet maken: voor of tegen Allah. Dit eindtijddenken dringt tegenwoordig heel snel door tot de grote massa van ‘gewone’ moslims, die daar vroeger slechts wat vage ideeën over hadden. Zoals gezegd, was het altijd aanwezig bij de Sjiieten, maar sinds kort doen ook de Soennieten (onder invloed van de salafistische stroming – wahhabisme = Saoedi Arabië) volop mee. Deze nieuwe islamitische eschatologie lijkt in veel opzichten op de bijbelse, om niet te zeggen dat er veel ‘copy/paste’ heeft plaatsgevonden, maar gaat eigen wegen als het op de echte ‘laatste dingen’ aankomt. Niet ‘Christus’ zal het laatste woord hebben/zijn, maar de onderwerping van allen aan Allah door de Mahdi (al dan niet gelijkgesteld met de laatste kalief, c.q. de twaalfde imam).

Het ‘Uur’ en de eindtijd.

Zoals wel vaker geeft de koran zelf weinig informatie over de gebeurtenissen die vlak voor het einde zullen plaatsvinden. Enkel is er sprake van de ‘Laatste Dag’ of ‘het Uur’. Dit is ook één van de vijf hoofdpunten van de Islam (zie Soera 2:177: Geloof in Allah; de Laatste Dag; de engelen; de Schrift en de profeten). Zwijgt de koran over de invulling van ‘de laatste dingen’, dan komen de ‘hadiths’ te hulp: zij vullen met veel plezier de lacunes in. Vanuit deze hadiths (overlevering) vormt zich de laatste jaren een volwaardige islamitische eschatologie en apocalyptiek, waarin ook Jezus (Isa), Jeruzalem, de ‘Mahdi’ (een islamitische ‘eindtijdfiguur’) en de antichrist een grote rol spelen. Naast de reeds gekende ‘beelden’ (grote en kleine tekenen der tijden, inclusief de rijken van ‘Gog en Magog’) weet de islamtische traditie ook nog van een zonsopkomst in het Westen, een drietal grote aardbevingen en een grote vuurbal die Yemen zal treffen en inwoners de zee indrijft. Het is maar dat u het weet.

Even terzijde: Letterlijk nemen? iedereen die iets weet van geologie, fysica, astronomie die weet dat ‘mocht de zon ooit in het Westen opkomen’ we dat niet zullen meemaken want dan is de wereld al totaal verwoest. Even doordenken: zonnestelsel, de baan van de aarde om de zon, de spin (draaibeweging om de eigen as) van de aarde… Hebt u ‘m?

De ‘Mahdi’

De Mahdi (= de juist geleide) is een soort islamitische Verlosser. Het is wat kort door de bocht, ik weet het, maar veel moslims zullen instemmend knikken als u zegt: ‘Joden wachten op de Messias, Christenen wachten op de wederkomst van Jezus en Moslims wachten op de Mahdi en Jezus’. Zoals gezegd is bij sjiitische moslims de Mahdi als de twaalfde imam, een reeds lang gekend begrip. Hij is een directe afstammeling van Ali, de schoonzoon van Mohammed. Hij zou in 874 ‘in verborgenheid’ gegaan zijn en zij verwachten hem terug. Ahmadinejad, premier van Iran, zag zichzelf als een wegbereider van de Mahdi. Een quote: ‘Het hoofddoel van onze revolutie is de weg te bereiden voor de wederkomst van de 12e imam, de Mahdi.’ Ook vandaag nog is hij daar mee bezig: Lees deze tweet:

Imam Mahdi will come along with Jesus, and will give humanity the gift of freedom and justice. May His birth that is the real spring of the people be a blessing for the human society. #UniversalHuman #ImamMahdi12:28 AM – 21 Apr 2019

Mahmoud Ahmadinejad

Voor soennitische moslims was dit allemaal slechts in algemene zin mogelijk (zij erkennen de lijn via ‘Ali’ niet en dus ook niet de ‘twaalfde imam), maar onder invloed van populistische websites uit conservatieve hoek (salafisme!) is nu de verwachting van de Mahdi meestal ook een vanzelfsprekendheid. Wel wordt er geregeld gewaarschuwd tegen ‘valse Mahdi’s’ zoals ook volgens het evangelie er velen zullen zijn die zich uitroepen tot ‘Messias’, maar het niet zijn. In het evangelie van Lukas lijkt dat zelfs wel het hoofddoel van de eind-tijdprofetie. Pas op voor bedriegers, ‘imposters’ (hoofdstuk 21). Volgens de moslims – zo is de algemene visie nu – zal de Mahdi een wereldwijd vrederijk vestigen: een islamitisch kalifaat met – bij voorkeur – Jeruzalem als hoofdstad. De Mahdi zal vlak voor het einde komt dus een machtige politieke, militaire en religieuze leider zijn. Dit is het einde nog niet. Dit vrederijk duurt een beperkte periode en dan breek de Jongste Dag aan: het laatste oordeel (meest voorkomend getal om de duur aan te duiden: 7 jaar).

Ahmadiyya Moslims

Deze speciale islamitische gemeenschap (sekte zeggen veel moslims) geloven dat hun stichter de Messias en de Mahdi is, die door de profeet Mohammed werd voorspeld. De sticher was Mirza Ghulam Ahmad (1835-1908). Zij zitten een beetje verveeld met het feit dat het einde niet is aangebroken, maar net als de Jehovah-getuigen redden zij zich daar wel uit. Omdat ze hun stichter ook ‘profeet’ noemen, worden ze door gewone moslims als ongelovigen (kafirs) beschouwd, want Mohammed is voglens hen absoluut de laatste.

Jezus/Isa als assistent van de Mahdi in de strijd tegen de antichrist

In die ‘eindtijd’ zal Allah ook Jezus – die nooit gestorven is (hij is immers volgens de koran en hadith niet gekruisigd, maar weggenomen van de aarde en verblijft sindsdien bij Allah) naar de aarde sturen om de Mahdi te assisteren. Deze ‘Jezus’ zal de Massih-ad- Dajjal, de islamitische versie van de antichrist, uit Jeruzalem verjagen. Dan zal de Mahdi op een wit paard Jeruzalem binnenrijden (vergelijk: Openbaring van Johannes 6:2). De Mahdi en Jezus zullen vervolgens op aarde een nieuwe (islamitische) wereldorde vestigen. Isa/Jezus is in dit verhaal dus een jihadist. Uiteraard onder de sharia, de Islamitische wetgeving. Na zijn regering zal het ‘Uur’, oftewel de ‘Oordeelsdag’ aanbreken, zoals gezegd.

De bijbelkenner herkent de binnen-bijbelse eindtijdthema’s (het vrederijk, de ‘zeven’ jaren), de antichrist en Jeruzalem) en hoe die in de islamitische eschatologie zijn ingepast.

De jihad

De huidige islamitische terroristenorganisaties (Hamas, al-Qaida, Islamitische Jihad) etc. zien zichzelf steevast als de voorhoedes van de ‘zegevierende Umma’ en dus als een onderdeel van het grote leger van de Mahdi. Echter ook minder militaristische groepen zoals de Moslim-Broederschap hebben dit zelf- en wereldbeeld.

Israël en Jeruzalem

Israël en Jeruzalem spelen ook in de islamitische eindtijdvisies een grote rol. En – niet te onderschatten – de visie wordt in de hele Arabische islamitische wereld geloofd èn omgezet in de praktijk. Toen Israël zich in augustus 2005 uit Gaza terugtrok was al-Qaida er snel bij om zich daar te vestigen. Alles trekt richting Jeruzalem. Waarom? In de eerste plaats vertellen de hadiths (overleveringen) dat Jeruzalem de stad is waar de Mahdi zijn toekomstige wereldwijde kalifaat zal vestigen. In de eindtijd zal Jeruzalem op de Joden veroverd worden. In Jeruzalem zal de bazuin van het oordeel klinken en de opstanding van de doden plaatsvinden. Daarbij komt – tweede reden – dat Jeruzalem verbonden wordt met de zogenaamde ‘Nachtreis’ van Mohammed naar het ‘Uiterste Bedehuis’ (Soera 17:1). Voor de meeste Islamieten is het ‘Uiterste Bedehuis’ de al-Aqsa moskee op het tempelplein. De kwestie Jeruzalem is daarmee een politieke zaak die door de diverse religieuze connotaties die aan Jeruzalem kleven, onoplosbaar is geworden.