Koran en hadith

Mohammed in koran en hadith

De Mohammed van de koran verschilt nog al van de Mohammed die ons in de hadith (verhalen over Mohammed, die later gebundeld zijn) wordt geschetst. Iedere islamoloog die de bronteksten bestudeert, weet dat. In de hadith worden daden en uitspraken aan Mohammed toegeschreven via het systeem van ‘x heeft gehoord dat y verteld heeft dat z heeft meegemaakt dat Mohammed…’ [en dan volgt er een uitspraak, een handeling, of ook een niet-handeling van Mohammed al dan niet met specifieke context]. Veel van die overleveringen kunnen niet verder terug getraceerd worden dan de negende eeuw, dus twee eeuwen na de dood van Mohammed. De openbaringen die in de koran zijn genoteerd, moeten volgens de eigen inhoud van het begin van de zevende eeuw dateren, maar – hoe hard men ook zoekt – uit die periode is er geen document of getuigenis overgeleverd waarin de naam van Mohammed genoemd wordt, buiten de koran.  Wel kom je in buiten-koranische bronnen de naam van zijn stam tegen en de namen van enkele van zijn familieleden die ook in de koran een rol spelen. Ook de tamelijk dramatische gebeurtenissen die volgens de koran in Mekka en Medina plaatsvonden, inclusief de veldslagen, kennen we enkel uit de koran. Komt nog bij: de eerste biografie van Mohammed dateert van 120 jaar na diens dood. Op zich allemaal niet erg, want in de bedoeïenencultuur is de orale traditie heel sterk. En wordt er sowieso weinig op schrift gesteld. En er zijn ook verhaal-interne criteria die het mogelijk maken de graad van waarschijnlijkheid van het vertelde redelijk nauwkeurig te bepalen. Vooral overleveringen die ‘vreemde’ (embarassing) situaties beschrijven, zijn in dit opzicht interessant.

En hoe dit ook zij, de koran is en blijft de oudste en meest betrouwbare bron die we over het leven en de persoon van Mohammed hebben. Latere overleveringen kunnen we dus enkel toetsen aan de koran en dat zou dan moeten via algemene literair-historische methodes. Pragmatisch: de hadith neem je dus best voor wat die is: een bundeling van overleveringen, legenden, die de basismythe van de islam als godsdienst construeren. Daarin worden opvallend vaak antwoorden gegeven op toen actuele kwesties en wordt de tamelijk ‘kale’ biografie van Mohammed aangevuld, opgevuld met fantastische verhalen. De islamgeleerden (moslims) zelf zijn zich hier ook van bewust en maken onderscheid tussen ‘sterke’ (=betrouwbare) en ‘zwakke’ overleveringen. Sommige worden ook door hen verworpen als fantasie. Zie verderop.

Voorbeelden van hadiths:

  1. De nachtelijke reis van Mohammed naar de tempel.
    In de koran wordt deze niet beschreven, enkel wordt er iets dergelijks gesuggereerd in soera 17: ‘De nachtelijke reis, de kinderen van Israel’ (NB: deze titel is geen onderdeel van de openbaring, maar later toegevoegd), waar in het eerste vers (‘aya’) gezegd wordt:‘Heilig is Hij die zijn dienaar bij nacht voerde van de heilige moskee [arab. ‘al-masjid al-Haram’] naar de verre moskee [arab. ‘al-masjid al-Aqsa’], welker omgeving Wij hebben gezegend, opdat Wij hem enkele onzer tekenen zouden tonen.’ [17:1]. That’s all. Alle détails over deze nachtelijke reis stammen uit de hadith, en zijn dus invullende legendes zoals er ook rond oudtestamentische profeten, Jezus, de apostelen en de christelijke heiligen legio zijn. Dat zijn geen leugens ofzo. Zo deed iedereen dat toen, en zo geloofde men. NB: De rest van soera 17 handelt volledig over de Joden, wat zij wel en niet goed gedaan hebben en wat men van hen mag overnemen en wat verwerpelijk is (zeer instructieve soera dus, 111 verzen lang).
  2. Mohammed als mens met miraculeuze krachten en vermogens.
    In de koran is Mohammed een gewoon mens zonder speciale wonderkrachten. Zijn charisma (genadegave) is dat hij waardig bevonden is om van Allah de koran te ontvangen. De gave van de koran aan zijn stamgenoten is zijn ‘wonder’, zegt de vrome islamiet. Hij heeft verder geen miraculeuze krachten, wonderbaarlijk inzicht, of voorspellende gaven of zoiets De hadith daarentegen schrijft hem legio mirakels, inzichten etc. toe.
  3. Enkele bekende uitbreidingen van de koran in de hadith:
    1. Het dagelijks gebed (salat) wordt voorgeschreven in de koran, er staat echter niet bij hoe vaak of wanneer. In de hadith weet Ibn Abbas  te vertellen dat de engel aan Mohammed nadrukkelijk heeft laten weten op welke vijf momenten van de dag dit moet gebeuren.
    2. De straf op diefstal: In de koran wordt op diefstal het afhakken van de hand als straf voorzien. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen zakkenrollen en bankovervallen, zal ik maar zeggen. In de hadith wordt gespecificeerd dat het afhakken van de hand enkel bij zwaarwichtige feiten mag omdat Aisja zich herinnert dat de profeet dat ook nog heeft gezegd.
    3. Het straffen van afvalligen: In de koran wordt een afvallige bedreigd met Allah’s straf. Hij wordt vervloekt, hij zal branden in de hel, maar aan zijn leven wordt niet geraakt. In de hadith herinnert Ibn Abbas zich dat de profeet ook heeft gezegd: ‘Indien iemand (= i.c. een moslim) zijn godsdienst verwerpt, dood hem.’. Latere openbaringen heffen eerdere op… Ergo. Hierover is wel veel discussie in de islam zelf (Abrogatie-principe). Zie over de koran en het geweld tegen anders/on-gelovigen mijn aparte pagina
    4. Het Hoofddoek-gebod staat als zodanig niet letterlijk niet in de koran. Daarin wordt wel een voorschrift gegeven voor correcte kleding (voor man en vrouw). Ook worden de vrouwen van Mohammed zelf aan strengere regels onderworpen. In de hadith groeit dit uit tot een gedetailleerde, maar niet eenduidige wetgeving. Zie hierover een aparte pagina.

Status van de hadiths

Binnen de islam is er een enorme discussie – onder geleerden, maar ook tussen diverse denominaties over welk gezag je aan die overleveringen mag toekennen (voor de theologie en voor het islamitisch recht). Het verschil soennieten en sjiieten hangt – naast de discussie over de opvolging van Mohammed – ook hiermee samen. Men is zich ervan bewust dat sommige van de overleveringen verzinsels zijn en probeert uit het overgeleverde corpus (er zijn diverse vezamelingen) het kaf van het koren te scheiden. O.a mag er geen tegenspraak zijn met de koran of met erkende hadiths en moet er een lijn van overlevering zijn die ongebroken teruggaat tot in de tijd van Mohammed. Dit zijn echter geen objectieve criteria. Wil je een verzinsel voor waar doen doorgaan, construeer je natuurlijk een kloppende lijn… Dus blijft zo’n oefening respectabel, maar circulair. Nochtans is dit cruciaal voor de islam, want de hadith heeft de vele terreinen waar de koran niet over rept ingevuld met overleveringen, heeft de theologie dus ‘body’ gegeven en de moraal aangepast aan de behoeften van de latere tijd. Ook voor de rechtspraak is ze van groot belang, want ze is een bron van juridische geldige argumenten. Als een hadith als authentiek is geaccepteerd, dan krijgt wat er staat ‘kracht van wet’. Zo krijgt het – m.i. tamelijk fictieve – leven en handelen van Mohammed en zijn vrienden normatief karakter. En alle rationaliteit wordt in dienst gesteld om de gevonden normen te verdedigen of verder ontvouwen, niet om die te kritiseren.

koran en hadith uit elkaar halen?

Mijn opinie: koran en hadith lees je best los van elkaar, ookal ga je daarmee wel in tegen de brede moslimtraditie, want die maakt nauwelijks onderscheid. Vooral de Soennieten (wereldwijd 90% van de moslims) kennen veel gezag toe aan de hadith. In deze stroming is de hadith zo sterk met de koranuitleg verbonden dat ze er niet van losgemaakt kan worden zonder dat ze haar identiteit verliest.Tenslotte: Het is ook goed te weten dat ons beeld van Mohammed eerder gebaseerd is op de hadith dan op de koran en mitsdien een constructie is uit de negende eeuw, toen het moslimimperium op z’n machtigst was. 

P.S.: De Jezus van de evangeliën en van de traditie

Vergelijking:
De Jezus van de evangelieën schetst het beeld van een Joodse rabbi, die charismatische trekken had, een bijzondere indruk maakte op zijn volksgenoten door de eenheid tussen zijn prediking en zijn levensstijl, maar die – voor hij echt kon doorbreken – vakkundig uit de weg werd geruimd in een samenwerking tussen religieuze (Joodse) en politieke (Romeinse) leiders.
De Jezus van de kerkelijke traditie is uitgegroeid tot een mythische zoon van God, die al van eeuwigheid heeft bestaan en die in een kosmisch proces hemel en aarde heeft verzoend. Zijn sterven wordt van universeel belang geacht, inclusief het geloof in deze stand van zaken. In de kerkelijke concilies van de vierde eeuw wordt dit bekrachtigd en schuift zich dat beeld voor dat van de Joodse rabbi Jesjoea van Nazareth. Kort door de bocht de mens Jezus wordt de goddelijke Christus.