Een omgekeerde hoofddoek-affaire

Op het Islamitisch College Amsterdam had een islamitische lerares van Tunesische afkomst geweigerd voor de klas een hoofddoekje te dragen. Hierop werd ze ontslagen. Zij stapte naar het Meldpunt Discriminatie Amsterdam, dat de zaak voorlegde aan de Commissie Gelijke Behandeling (vgl. in Vlaanderen: UNIA), die de school in het ongelijk stelde. Het schoolbestuur had gesteld dat de hoofddoek een koranvoorschrift was en dat het islamitisch personeel zich had te schikken naar de statuten, waarin staat dat alle personeelsleden ‘de eisen van de Koran en de soenna‘ (de levenswijze van de Profeet) moeten naleven.

Moslim-leerkracht weigert hoofddoek op te doen

Naar aanleiding van dit ‘omgekeerde hoofddoek-arrest’ ontspon zich in Nederland een interessant debat. In het dagblad Trouw (22-10-2005) nam een islamitisch theoloog (Mohamed Ajouaou) het voor de vrouw op. Hij stelde dat een moslim de koranteksten (die heb ik hier behandeld), ook anders kan interpreteren dan het schoolbestuur had gesuggereerd en dat de latere traditie (soenna) niet voor iedere moslim hetzelfde gezag heeft als de Koran. Zijns inziens kunnen dus vrouwen met en zonder hoofddoek moslim zijn en moet een moslimschool die diversiteit zichtbaar maken in haar personeelsbeleid.

Ajouaou versus sjeich Jneid

Een stortvloed van lezersbrieven pro-contra volgde, waarop dan sjeich Fawaz Jneid (salafistische imam – Den Haag) vond dat het tijd werd de puntjes op de “i” te zetten. Zijn redenering: De Koran dient altijd en overal in overeenstemming met de (soennitische) traditie te worden uitgelegd. Die consensus mag niet in vraag gesteld worden. Verder zijn volgens hem de uitleggende hadiths authentiek (d.w.z. daar spreekt de Profeet via zijn ‘metgezellen’). Die hebben dus ook gezag. Enkel wie zich daarnaar voegt, mag zich moslim noemen. De rest dwaalt. Het gaat mij nu niet om de precieze discussie (zoals gezegd die kunt u hier zelf checken), maar om de vooronderstelling van sjeich Jneid èn de toon die hij zich in zijn reactie op Ajouaou permitteert.

Ik citeer het begin van zijn artikel in Trouw (1/11/2005):

Mohammed Ajouaou weet niet waar hij over praat als hij zegt dat nergens in de Koran staat dat vrouwen een hoofddoek moeten dragen. Lezing van de Koran maakt duidelijk dat de vrouw niet blootshoofds naar buiten mag.
Men moet over de nodige kennis beschikken alvorens men zich over een onderwerp uitlaat. Beunhazerij op wetenschappelijk gebied leidt tot niets anders dan misleiding, vooral omdat de meeste mensen hun (verkeerde) opvattingen baseren op wat zij lezen en wat zij horen en vaak geen moeite doen om zich van de juistheid te vergewissen . Vandaar het spreekwoord: ‘Van horen zeggen komen de leugens in ‘t land’. Toch worden onderwerpen die betrekking hebben op de islam vandaag de dag door de meeste media toevertrouwd aan volslagen leken op dit gebied. Eén van deze onkundige pupillen is Mohammed Ajouaou, die in Trouw schrijft en die zich voordoet als een islamitische rechts- en korangeleerde. Deze beschamende manier van schrijven verdient eigenlijk geenszins onze aandacht. Maar omdat er misschien mensen zijn die hierdoor misleid kunnen worden, voelen wij ons genoodzaakt om deze leugens te weerleggen.

De ‘wij’ die dan gaat spreken staat boven de massa en weet precies hoe het zit. Geen twijfel mogelijk. Alles is duidelijk. En als u het anders ziet/leest, bent u niet goed ingelicht.

Korte samenvattingvan de discussie

Voor de ongeduldige lezer een korte samenvatting. U mag dit ook overslaan en gewoon in de volgende sectie verder lezen. Een discussie ten grond vindt u op de reeds geciteerde pagina van deze site.
Soera 24:31 roept gelovige vrouwen op om de ogen neer te slaan, hun passies te beheersen en hun schoonheid (sieraad) niet openlijk te tonen, behalve wat gewoon zichtbaar is‘.
Ajouaou redeneert: dat laatste gaat over vrouwelijke lichaamsdelen die bij vertoon in het openbaar seksuele gevoelens kunnen opwekken. Het hoofdhaar van de vrouw behoort daar volgens Ajouaou in onze samenleving niet toe. Ergo… Zo redeneren we toch ook bij de frase ‘de ogen neerslaan‘. Geen enkele vrouwelijke leerkracht neemt die letterlijk. Immers, wil je staande blijven tussen rumoerige scholieren, kijk je ze best wel aan. Over soera 33:59 zegt Ajouaou, dat het gebod tot verhullende klederdracht ingegeven is door de vrees te worden lastiggevallen of seksueel te worden geïntimideerd. In onze moderne samenleving is deze angst ongegrond, omdat daar passende sancties voor bestaan. Ergo…
Volgens sjeich Fawaz Jneid zegt de Koran echter wel degelijk dat vrouwen niet blootshoofds de straat op mogen. Wie dit ontkent, weet niet waarover hij praat. Ajouaou is ‘een volstrekt onwetende leek’ , want op dit punt is er volgens Jneid consensus onder de geleerden, en het is uitgesloten dat zij het eens kunnen zijn over een foute kwestie (Ja, want er is een hadith die zegt dat dat niet kan, dus is het zo). Vervolgens komt er een verwijzing naar de hadith waar de ‘metgezellen van de Profeet’ uitleggen dat het wel degelijk om volledige lichaamsbedekking gaat. Jneit eindigt met een sneer naar de liberale samenleving waar verkrachtingen schering en inslag zijn. De man is volgens Fneid een onverbeterlijke seksuele predator en de vrouw mag daarom geen enkel seksueel signaal uitzenden. De verplichting tot hoofddoekdracht is m.a.w. niet meer dan logisch, aldus Fneid.

Betweterige toon

De onomstotelijkheid van de ‘bewijzen’ uit Koran (en soenna/hadith) die Jneid aanvoert om de ‘leugens’ van Ajouaou c.s. te ontkrachten, zijn minder interessant dan zijn betweterige en intolerante toon. Ook relevant is de mensvisie die hieraan ten grondslag ligt. Die reduceert mannen tot weerloze slachtoffers van hun hormonen. Ze kunnen niet voor zichzelf instaan, als een vrouw hen opwindt. En de verantwoordelijkheid om dit te voorkomen, ligt niet bij de man, maar bij de vrouw. Blaming the victim… Laat ik Eva de schuld geven, dacht Adam… In deze visie is de volgende stap ook ‘alleen maar logisch’, nl. dat je een vrouw helemaal niet mag aanraken (met uitzondering van de familie). Zelfs ‘een hand geven’ destabiliseert het toch al précaire contact tussen mannen en vrouwen. Het kan leiden tot zondige gedachten (en dus ontucht). Gelukkig is er er de goddelijke islam, die de mensheid tegen haar eigen kwaad beschermt.

Koranverschoning of ècht lezen

Wat mij zorgen baart is dat alle partijen in dit debat, de liberale moslims incluis, blijven vasthouden aan het dogma dat de Koran volmaakt is, volstrekt ondubbelzinnig, en volkomen transparant over alle levenskwesties die er werkelijk toe doen. Dit is de islamitische variant van het protestantse adagium, dat “de Bijbel helder, ondubbelzinnig en begrijpelijk is op alle punten die van belang zijn voor leer en leven”. Noch de Bijbel, noch de Koran is dat. Beiden kunnen enkel spreken via vertolking, exegese, interpretatie… En dat geldt ook voor sjeich X en dominee Y, die slag om slinger verzekeren, dat alles wat zij zeggen, het eenvoudige Woord van God uit de Bijbel/Koran is. Neen dus. Het is hun interpretatie, exegese, vertolking en daar valt wel wat op af te dingen. En… veroorloog mij een protestantse verzuchting: en een gelovige moet zelf de Schrift onderzoeken en moet zelf z’n mening vormen, in éér en geweten. Geloven op gezag van een ander, dat is not done. En daarbij moeten we dus niet aan ‘Koranverschoning’ doen of de ‘Bijbel ontzien’, néén, juist niet. Lézen, echt lezen, studeren. Aandachtig, alert. Omdat aan die boeken zoveel gezag wordt toegekend, moeten we de menselijke redeneringen (argumentaties) rondom die teksten hyper-zorgvuldig controleren, èn de teksten zelf met alle kennis die we hebben (taalkundig, historisch, sociologisch, psychologisch) onderzoeken. Oude teksten gaan pas spreken als we ze iets van hun oorspronkelijke context kunnen teruggeven (nodig voor de resonantie van woorden), èn teksten gaan pas iets tot ons zeggen, als we vervolgens ook onze eigen context inbrengen in de dialoog.

Meervoudige islam?

Als er één ding duidelijk wordt uit deze ‘exegetentwist’, is het wel dat zoiets als de ‘zuivere’ islam niet bestaat. Het is merkwaardig om te zien dat seculiere islamcritici zoals Geert Wilders, Wim van Rooy, Paul Cliteur etc… in spiegelbeeld ook zo’n zuiverheidsobsessie koesteren en degenen die het anders (willen) zien beurt kapittelen als naïef en onwetendomtrent de ware strekking van de Koran. De stelling dat er maar één islam bestaat, namelijk ‘die van de Koran en de hadith en de Profeet Mohammed’, stuit naast een intellectueel bezwaar vooral op een pragmatische en moreel bezwaar. Er is namelijk een statistisch relevante groep mensen die zich moslim noemt, en die veel van de overleveringen niet tot de zuivere islam rekent, en die het ook aandurft om de Profeet en de Koran als historische gegevenheden te beschouwen. En zelfs als ze dat niet durven, dan toch trekken velen zich van al die regeltjes die sjeich X en iman Y voorschrijft, niet al te veel aan. Zij leven behoorlijk vrij en noemen zich toch moslims. Mensen die vrij-denkend en experimenterend (d.w.z. met skin in the game, niet vrijblijvend) op zoek zijn naar een nieuwe vorm van moslim-zijn, die moet je niet in de steek laten, door te zeggen dat zij eigenlijk geen ‘echte moslims’ (meer) zijn. Daarmee geef je de fundamentalisten gelijk. Je neemt immers hun definitie van orthodox/ketters over.