Jezus is niet gekruisigd

De koran, soera 4, aya 157 is duidelijk. Ik geef dit vers in de context (vertaling Leemhuis, doorscrollen). Het gaat hier over ‘de mensen van het boek’ (de Joden). Zij hebben zich nogal eens misdragen (aanbidding van het Gouden Kalf, 4.153), maar God heeft hen vergeven en een verbond met hen gesloten. Maar – zo gaat het dan verder – vanwege een hele reeks overtredingen heeft God hen (de Joden) toch verworpen. Zij gaan ook naar de hel, tenzij ze Mohammed als profeet erkennen en de islam als Gods ultieme openbaring (4.162). In het kader van die overtredingen komt en passant ook het verwijt dat ze de profeet Jezus gedood zouden hebben. Nu, daaraan zijn de Joden nu eens niet schuldig, want het was de profeet Isa niet, maar het was iemand die leek op Jezus, een soort ‘dubbelganger’ (De idee hiervoor kwam van Allah zelf). De engel Gabriël echoot hier oeroude anti-christelijke contra-propaganda, waarin men Jezus zelfs wel eens laat trouwen, kinderen krijgen en sterven op z’n oude dag. Wie The last tempation of Christ (Scorsese) nog kent, weet nu meteen waar hij de mosterd gehaald heeft. De islam niet alzo: God heeft Jezus  -ongestorven – ten hemel opgenomen en zal hem laten weerkeren voor het laatste oordeel.

155 Maar, vanwege het verbreken van hun verdrag, hun ongeloof aan Gods tekenen, het zonder enig recht doden van de profeten […] 156 en wegens hun ongeloof, hun geweldige kwaadsprekerij over Marjam, 157 hun zeggen: “Wij hebben de masieh ‘Isa, de zoon van Marjam, Gods gezant gedood.” ? Zij hebben hem niet gedood en zij hebben hem niet gekruisigd, maar het werd hun gesuggereerd. Zij die het daarover oneens zijn, verkeren erover in twijfel. Zij hebben er behalve het afgaan op vermoedens geen kennis van; zij hebben hem vast en zeker niet gedood. 158 Echter, God heeft hem tot Zich omhooggebracht. God is machtig en wijs. […[ 160 Wegens de ongerechtigheid dus van hen die het jodendom aanhangen, hebben Wij hun goede dingen verboden die hun waren toegestaan en ook wegens het versperren van Gods weg voor velen, 161 wegens het nemen van woeker, hoewel het hun verboden was, en het door bedrog verteren van de bezittingen van de mensen: Wij hebben voor de ongelovigen onder hen een pijnlijke bestraffing klaargemaakt. 162 Maar zij onder hen die een diepgewortelde kennis hebben en de gelovigen, omdat zij geloven in wat naar jou is neergezonden en in wat voor jouw tijd is neergezonden, zij namelijk die de salaat verrichten, die de zakaat geven en die in God en de laatste dag geloven, zij zijn het die Wij een geweldig loon zullen geven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.