72 maagden of witte druiven ?

Enig leedvermaak ontbrak niet toen in 2002 (= na nine-eleven) een zekere Christoph Luxenberg (een pseudoniem van een onderzoeker uit Libanon/Duitsland) suggereerde dat de 72 maagden die de martelaars in het paradijs ter beschikking zouden krijgen, eigenlijk druiven zouden moeten zijn. Dit was gebaseerd op een alternatieve vertaling van het beroemde ‘maagdenvers’ uit de koran (soera 44:45). Het getal 72 komt overigens niet voor in dat vers, maar stamt uit een niet erg betrouwbaar geachte hadith (latere overlevering – zie onder).

De interpretatie was niet nieuw, maar kreeg natuurlijk grote aandacht. Ze is te lezen in Die Syro-Aramäische Lesart des Koran (2000). Luxenberg benadert daar het ontstaan van de koran vanuit de Umwelt, en wel met name suggereert hij dat er in de tijd van Mohammed een soort Arabisch-Syrische mengtaal zou hebben bestaan. Het terugvertalen van de Arabische medeklinkertekens naar die (hypothetische) taal, verheldert sommige duistere plaatsen in de koran. [hetzelfde procédé kun je ook toepassen op het Grieks van het evangelie. Soms ook met mooie resultaten]. In dit geval gaat het dus over het maagdenvers, soera 44:54

De godvrezenden zullen op een betrouwbare plaats zijn, 52 te midden van tuinen en bronnen. 53 Zij kleden zich met zijde en brokaat en zij zitten tegenover elkaar. 54 Zo is het! En Wij geven hun meisjes met stralende ogen ten huwelijk55 Zij kunnen daarin veilig om allerlei vruchten vragen. 56 Zij zullen daar, behalve de eerste dood, de dood niet proeven en Hij beschermt hen tegen de bestraffing van het hellevuur.

in plaats van zawwajnahum (‘wij zullen hen verenigen’, of: ‘wij geven ten huwelijk’) leest Luxenberg rawwahnahum  (‘wij zullen hen laten uitrusten’, of: ‘wij legen te rusten’). Dit doet hij door twee diakritsche tekens te veranderen. Beide woorden zijn correct arabisch. Het tweede deel van de zin is en blijft wat cryptisch. In het Arabisch staat er  bi hur ‘in. Het voorzetsel bi- ‘met’ kan in het Syrisch iets breder worden opgevat, bijv. ook ‘onder’, of ‘met’. Tesamen krijg je dan ‘Wij leggen hen te ruste bij/onder/met….

Blijft over Hur ‘in . Dit is het woord dat gewoonlijk vertaald wordt met ‘maagden’, of meisjes . Dat is eigenlijk gewoon een vertaalgok, want dit woord komt maar 1x voor in de koran (een zogeheten ‘hapax legomenon). Letterlijk betekent ‘hur‘ : wit (vrouwelijke meervoud) en ‘in‘  (of ‘ayn’. De Hebraist herkent het woord) betekent ogen (meervoud). Dus krijg je ‘wit-ogig’  of ‘met witte ogen’. Om zo’n zin zin te geven moet je hier een zelfstandig naamwoord bij denken, invullen. De klassieke oplossing is dus om hier aan te vullen met wit-ogigen (sc. maagden). Wat vlotter vertaald krijg je dan ‘Wij geven hen meisjes met stralende ogen ten huwelijk’ (klassiek) of ‘Wij laten hen rusten temidden van witogigen’ (Luxenberg). Laatstgenoemde vindt het vergezocht om enkel vanwege het feit dat er een vrouwelijk meervoud wordt verondersteld, dit dan ook maar meteen in te vullen alsof het over meisjes/maagden/vrouwen gaat. Hij heeft een alternatief voorstel: Middels de link naar het Syrisch en de beschikbaarheid van het voorvoegsel ‘bi’ vertaalt hij het geheel bi hur ‘in : “temidden van de heldere witte‘. Dat klinkt nog steeds cryptisch. Maar de term ‘witte’ kan in het Arabisch gebruikt worden als een soort shortcode voor ‘witte druiven’. Dit geldt zowel in het Syrisch als in het Arabisch. Het ‘oog’ verwijst dan naar de verschijning. Opnieuw komt dit voor in beide talen. Het ‘oog van de man’ = de verschijning van de man. Het kan dus. En dan staat er dus hetvolgende:

En Wij leggen hen te ruste onder stralend witte druiven.

Het past perfect in de context van het leven in een paradijselijke tuin. Luxenberg moet nog wel 8 andere passages waar de maagden in voorkomen omduiden, maar dit schijnt hem te lukken. En 3 passages met jonge jongens. Ook gelukt. Deze 11 herinterpretaties samen zijn consistent met zijn rereading van soera 44:54. De paradijselijke witte druiven… Ze passen veel beter in het algemene beeld van het paradijs van die tijd (de tuin met z’n vruchten) dan de beschamende erotische schildering dat doet, aldus Luzenberg.

Detail van een muurschildering in het klooster Dayr as-Suryaan in Wadi Natroen in Egypte. De drie patriarchen Abraham, Izaak en Jacob staan afgebeeld met op hun schoot de zielen der overledenen, die zij voeden met witte druiven. Het is een oosters-christelijke paradijsvoorstelling
Foto: Dr Karel Innemée, Rijksuniversiteit Leiden.

Voor geïnteresseerden nog iets meer over het Paradijs

De tuin die de godvrezenden is toegezegd ziet er zo uit. Er zijn rivieren van water dat niet brak is, rivieren van melk waarvan de smaak niet verandert, rivieren van wijn die aangenaam is voor de drinkers en rivieren van gezuiverde honing. En zij hebben daarin alle vruchten en vergeving van hun Heer… (soera 47:15)

Naast vergeving der zonden en weldadige paradijselijke beloningen spreekt de Koran dus ook over de gezellinnen’ (of druiven). Zoals al gezegd: een getal wordt nergens vermeld. De ’72’ is afkomstig van de volgende hadith, die er duidelijk wel van uitgaat dat het over vrouwen gaat, niet over druiven. Zelfs als men de hadith voor waar zou aannemen, én wanneer men ‘hur ‘in wel als ‘maagden’ interpreteert, staat er nergens in dat terroristen met 72 maagden beloond zullen worden. Wat er staat, is dat de mensen van het paradijs uitzonderlijk zullen beloond worden. Het gaat dus om een beloning voor iedereen die in het paradijs geraakt. De overlevering weet hierover nog meer te zeggen.

Uit de hadiths

Men hoorde profeet Mohamed zeggen: “De kleinste beloning voor de mensen van het Paradijs is een plaats waar er 80.000 dienaren en 72 vrouwen zijn, waarboven een koepel staat die versierd is met parels, aquamarijn en robijn, zo breed als de afstand van Al-Jabiyyah (een voorstad van Damascus) tot Sna’a (in Jemen).”(Tirdmidhi)

Deze hadith is omstreden en maakt bijgevolg geen deel uit van de kernleer van de islam. Waar het in deze verzen en hadiths om te doen is, is het schetsen van de uitzonderlijkheid van de beloning die iedereen die in het paradijs terechtkomt te beurt zal vallen. Het bestaan in het hiernamaals zal overigens van een gans andere orde zijn. Toen de profeet bijvoorbeeld gevraagd werd wat er in het paradijs zal gebeuren met de uitwerpselen, antwoordde hij dat er geen uitwerpselen zullen zijn – het voedsel zal in het lichaam ‘verteerd’ worden tot ‘muskus’ die uitgeademd zal worden…

Dick Wursten