De arabische taal

De koran lezen en interpreteren is soms niet eenvoudig. Vertalingen helpen ook niet altijd. Het schijnt dat het origineel een behoorlijk lastige tekst is. Ik herken dat van mijn eigen bijbelonderzoek, m.n. van het Hebreeuwse deel ervan. Daar heb je echte wetenschappers nodig. Zo lees ik dat het – wat de koran betreft – soms helpt als je je realiseert, dat de oorspronkelijke Arabische tekst geen klinkertekens had. Die zijn er later (manu scriptu) bijgezet, op het moment dat de kennis van het oorspronkelijke aan het verdwijnen was (net zoals bij de Hebreeuwse bijbel trouwens). Het moest subtiel (spikkeltjes, streepjes etc) en het moesten er ook nog vrij veel zijn, omdat het Arabisch veel klanken onderscheidt die ook de betekenis veranderen. Die klanken zijn nu ‘hard-coded’, maar horen dus eigenlijk niet bij de oorspronkelijke tekst.

Wetenschappers die de oude Oosterse talen beheersen, stellen dus voor – zo las ik – om bij heel duistere plaatsen ook eens te kijken of dezelfde tekst (=medeklinkers) een betekenis oplevert als je andere klinkers toevoegt. Zeker als je ook nog de mogelijheid erbij betrekt dat de reëel gesproken taal nog sterk door het Syrisch-Aramees werd beïnvloed. Dat werd in die tijd meer gesproken dan het Arabisch. Als je de ‘vreemde’ woorden leest als Aramees komen er verrassende nieuwe betekenissen boven. Dat levert af en toe heel overtuigend resultaat. Bijvoorbeeld: In soera 72,18 staat in traditionele vertalingen

De moskeeën (‘masdjid’) komen God toe, dus roept niemand aan behalve God.

Die ‘moskeeën’ (‘masdjid’) zijn een beetje een vreemde eend in de bijt. In de context hebben ze nergens een aanknoping. Het gaat in dit deel van de soera om ‘djinns’, boze geesten die de ware aanbidding van Allah proberen tegen te werken . Als je echter de klinkers omdraait [dus niet ingrijpt in de echter korantekst. Je laat immers de medeklinkers zoals ze zijn] en een Aramees woordenboek erbijhaalt, kun je dezelfde Arabische letters ook vertalen als : “knielen (‘misdjad’) doe je voor God”. Dan staat er:

knielen (‘misdjad’) komt God toe, dus roept niemand aan behalve God.

Zoals gezegd: de oude handschriften kennen geen klinkers, dus beide woorden kunnen bedoeld zijn geweest door de oorspronkelijke auteur. De betekenis is in het tweede geval veel logischer.

Het bekendste resultaat van deze onderzoeksmethode is de verrassende nieuwe lezing van het vers over de 72 maagden die de martelaren op te wachten staan in het paradijs. Voor de aardigheid heb ik die opgenomen op een aparte pagina, inclusief het verhaal errond.